5 tips voor de najaarsbemesting

26 augustus 2015 - Expertartikel

We naderen het einde van de bemestingsperiode: tijd om de mineralenbalans op te maken, om de resterende gebruiksruimte te benutten en een basis te leggen voor zowel een goede najaarssnede als een goede oogst voor 2016.

5 tips voor een succesvolle najaarsbemesting:

1. Voldoende opslagcapaciteit? Bemest dan bij voorkeur niet meer. Drijfmest heeft een lange werkingsperiode. Laat bemesten zorgt dat er nog lang stikstof (N) vrijkomt. Omdat er geen zware snedes meer groeien, en de bodem van zichzelf meer stikstof mineraliseert in het najaar, kan dit leiden tot meer verlies van stikstof. Daarnaast kan het er voor zorgen dat uw gras te lang de winter in gaat.  In het voorjaar, voor de eerste snede komt drijfmest beter tot zijn recht en kan het helpen om voldoende eiwit in uw eerste snede te krijgen.  Bewaar drijfmest dus voor de eerste snede, is het advies.

2. Heeft u onvoldoende opslagcapaciteit voor drijfmest? Geef dan niet meer dan 15m3 per haBemest bovendien alleen de percelen die een hoge opbrengst geven, of gegeven hebben. Hier wordt de stikstof namelijk het beste benut en zijn de overige mineralen ook het meest noodzakelijk om de hogere mineralenonttrekking van deze percelen aan te vullen in de bodem (fosfaat en kalium).

3. Heeft u nog stikstofkunstmest? Bemest deze voor 15 september.Verdeel deze over zo veel mogelijk percelen in giften van maximaal 25 kg N / ha (of 100 kg KAS) . Een kleine N-gift houdt de snelle groei er in, waardoor het gras vitaal blijft en een goede voederwaarde houdt.  Hierdoor  is er ook aanzienlijk minder kans op roest in het gras. 

4. Heeft u geen stikstof meer beschikbaar?  Overweeg dan een Kaligift ( bijv. 50 tot 100 kg K 60/ ha)Ook Kali  (K) kan namelijk de gewasgroei stimuleren en zo roest voorkomen.  Zeker wanneer er geen drijfmest meer bemest wordt, en via die weg dus geen Kali meer aangevoerd wordt.  Gemiddeld wordt er 35 kg K per 1000 kg droge stof onttrokken. Let wel op wanneer u op kalirijke gronden zit, en uw gras doorgaans te veel K bevat (> 40 g/kg DS).  Dan heeft het geen zin om K te bemesten, en kan het zelfs gezondheidsrisico’s voor het vee met zich meebrengen. Op de lichtere (zand) gronden is dit echter praktisch nooit meer aan de orde.  

5. Bereken hoeveel fosfaatruimte u heeft. Heeft u nog ruimte over? Denk dan aan compost of schuimaarde.Op zandgronden mag volgens de derogatie-eisen maximaal 230 kg stikstof (N) bemest worden uit drijfmest. Het kan dan voorkomen dat uw boekhouding qua N- gebruiksruimte vol zit, maar dat u dankzij een BEX-voordeel nog fosfaatruimte (P) over heeft.  Volgens de derogatie-eisen mag u geen P-kunstmest aanvoeren, maar wel organische bronnen. Organische producten zoals schuimaarde en compost komen daarvoor in aanmerking, en zijn beide goede bodemverbeteraars voor uw maisland. Het is goed om nu te weten of u daar ruimte voor heeft en zo ja hoeveel u kunt aanvoeren.  Zo kunt u uw gebruiksruimte maximaal benutten en uw bodemvruchtbaarheid op peil houden.  Voor compost geldt dat 50% van de fosfaat meetelt op uw mineralenbalans, en 10% van de stikstof (mits het totaal gehalte onder de 7 kg/ ton ligt).