8 tips voor de bemesting in 2017 (veehouderij)

23 december 2016 - Expertartikel

Het is inmiddels eind 2016. Welke lessen kunt u trekken uit het afgelopen seizoen op het gebied van bemesting? Vaak verandert er pas echt iets als u even stilstaat en weloverwogen keuzes maakt voor het nieuwe seizoen. Verbetering zit immers in de details. Wij denken graag met u mee.

Bemesting is een van de belangrijkste aspecten waarmee u de opbrengst en kwaliteit van ruwvoer kunt beïnvloeden. Binnen de gegeven omstandigheden van onder andere wetgeving, zijn er enorme verschillen tussen bedrijven en ook binnen bedrijven. Waarom doet het ene perceel het structureel beter? Waardoor ontstaan de verschillen binnen het perceel? Ook met het oog op KringloopWijzer is het belangrijk om de informatie aan het einde van het jaar eens goed op een rij te zetten. 8 aandachtspunten voor u op een rij:

1.    De verdeling van mest; bemest gericht!

Een belangrijk aspect is de verdeling van mest. Wij adviseren om niet overal hetzelfde te doen, maar om gericht te bemesten. Bemest op basis van de kennis die u heeft uit de analyseverslagen. Daarvoor is het wel belangrijk dat u beschikt over de juiste cijfers, met niet alleen de gegevens die volgens de wetgeving verplicht zijn, maar juist met gegevens die u als ondernemer verder helpen. U kunt hier bemonstering aanvragen.

Percelen met een hoge CEC (bodemvruchtbaarheid, klei-humuscomplex) leveren de hoogste droge stofopbrengst. Het kan heel slim zijn om juist de ‘goede’ percelen, met een hoge CEC, meer mest te geven. Deze percelen kunnen het meeste doen met de mest. Het is efficiënt om hoogproductieve percelen meer mest te geven, zodat de onttrekking op een goede manier gecompenseerd wordt. Juist investeren in slechte plekken kan ook een keuze zijn om de verschillen ‘gelijk te trekken’ en verliezen als gevolg van slechtere omstandigheden te voorkomen. 

2.    Verdeel stikstof in meerdere giften

De eerste klap is een daalder waard, dat geldt zeker voor de bemesting van de eerste snede. Eurofins Agro doet als organiserende partij al vijf jaar mee aan de competitie Topkuil. Keer op keer zien we het succes terug van de verdeling van de stikstofgift voor de eerste snede in twee etappes. Bijvoorbeeld een gift op ongeveer zes weken voor de verwachtte oogstdatum en een gift ongeveer drie weken voor het maaimoment. Stikstof is juist voor de aanvang van de groei en ontwikkeling van het gras heel belangrijk. Maar de stikstof wordt het meest efficiënt opgenomen in twee giften, zodat zo min mogelijk stikstof uitspoelt tussentijds. Stikstof is een schaars goed, dus u kunt er beter maar zo efficiënt mogelijk mee omgaan.

3.    Beslis over verdeling weide- en maaipercelen

Heeft u een hoog melkureum in de weideperiode en tegenvallende ruweiwitgehalten in de graskuilen? Dan is het de overweging waard om te kijken of de stikstofgift op weidepercelen kunt verminderen ten gunste van de maaipercelen. Ook hier geldt weer: stikstof is een schaars goed. Zet het daar in waar het, het meest rendabel is.

4.    Houd rekening met structurele opbrengstverschillen

U kunt BodemScout gebruiken om te zien welke structurele verschillen er zijn op basis van satellietbeelden. Het is eenvoudig om twee verschillende monsters aan te vragen in BodemScout om het goede en slechte gedeelte binnen een perceel te kunnen vergelijken. Zo kunt u gericht maatregelen nemen op basis van cijfers.

5.    Breng de pH op orde!

Een goede pH is van essentieel belang voor een goede benutting van nutriënten. Bemesten wordt zeer onrendabel als de pH niet op orde is. De pH op orde brengen is helemaal niet zo ingewikkeld: gewoon regelmatig bekalken. Eén op de drie maïspercelen op zandgrond heeft een pH onder de 5.  De optimale pH voor mais op zand ligt rond de 5,5. Een te lage pH op mais kost al snel 10-20% opbrengst. Ook bij grasland kost een lage pH opbrengst.

6.    Voorkom verdichting in de bodem

Verdichting is een steeds groter probleem op Nederlandse percelen. Wellicht is het verstandig om op natte percelen eerst te beginnen met kunstmest, zodat u de bodem niet onnodig belast (kunstmestverdeler is lichter). U voorkomt daarmee dat u opbrengst mist, tegelijkertijd voorkomt u spoorvorming en verdichting. Bodemverdichting kan tot flinke opbrengstvermindering leiden en het is lastig om bodemverdichting (op korte termijn) op te heffen.

7.    Denk ook aan de lange termijn (bekalken)

Het is verleidelijk om de bemesting alleen per seizoen te bekijken. Zoals hierboven genoemd is bodemvruchtbaarheid het meest bepalende aspect voor de opbrengst. Een goede CEC (klei-humuscomplex) geeft de hoogste opbrengst, daar kunt u niet tegenop bemesten. Tegelijkertijd kunt u wel werken aan een hogere CEC en ook een betere ‘vulling’ van de CEC met nutriënten. Uit eerder onderzoek van Eurofins Agro blijkt dat in 40% van de percelen de bindingscapaciteit niet goed benut wordt. Daar is dus winst te behalen! Door te bekalken vergroot je de effectieve CEC. Bij bekalken is het wel nodig om goed naar de pH te kijken.

Als de pH lager is dan 7, dan zijn kalkproducten op basis van calciumcarbonaat geschikt (met name op zand-, dal- en lössgronden). Is de pH hoger dan 7? Dan is het beter om niet te bekalken, maar om gips te gebruiken. Let echter wel op: een grote hoeveelheid gips vlak voor de eerste snede raden we af. Om de bodemstructuur te verbeteren zijn grote giften nodig (5-10 ton). Een dergelijke gift voor de eerste snede geven is echter zeer onverstandig omdat dit grote gezondheidsproblemen bij het vee kan veroorzaken. Gips bevat namelijk veel zwavel. Afhankelijk van de soort gips vaak rond de 50% SO3. 

8.    Weet wat er in mest zit

De ene mest is de andere niet. Uitgaan van gemiddelde gehalten van de mest is onverstandig. Oorzaken van de verschillen zijn de verschillen in rantsoen, de hoeveelheid spoelwater, de minerale samenstelling van diervoeders en de samenstelling van de veestapel. Hoeveel stikstof, fosfaat en kali bevat een kuub drijfmest? En bevat dierlijke mest voldoende organische stof om het gehalte in de bodem op peil te houden? Mestanalyse geeft antwoord op deze vragen voor zowel vaste- als drijfmest.

Zijn uw percelen toe aan een bodemanalyse? Vraag deze hier aan.