Bontheid perceel in beeld

13 november 2017 - Expertartikel

Op een perceel is geen plant hetzelfde en geen plek gelijk. Boeren gaan daarom vaak uit van een gemiddelde. Wie echter de verschillen binnen het perceel kent, kan de bemesting daarop afstemmen. BodemScout biedt inzicht in de bontheid (heterogeniteit) binnen een perceel.

Het afstemmen van teeltmaatregelen zoals bemesting of gewasbescherming op de situatie in het veld maakt het mogelijk om de opbrengst te optimaliseren en de kosten van middelen te verminderen. Eurofins Agro biedt met BodemScout inzicht in de bontheid van een perceel met behulp van satelietbeelden. Het gebruik van satellietbeelden kan een eerste stap zijn in de richting van precisielandbouw.

Satelietopnames

BodemScout combineert deze satellietopnames van de biomassa gedurende negen jaar. Dit gebeurt als volgt. Elk perceel is onderverdeeld in vakken van 10 x 10 meter. Deze ‘pixels’ krijgen een score voor de biomassa variërend van 1 t/m 7.  Dit wordt gedaan voor negen opnames van de afgelopen negen jaar. Op basis hiervan wordt de afwijking van de gemiddelde groei bepaald. Zo ontstaat een beeld van de plekken waar het gewas beter en waar het minder groeit. Deze verschillen worden met behulp van kleuren op een kaart van het perceel gepresenteerd.

Waarom blijft groei achter?

De BodemScout is voortaan een vast onderdeel van BemestingsWijzer. Het verslag vermeldt een afbeelding van de gecombineerde, meerjarige satellietbeelden van het bemonsterde perceel en geeft daarmee handvatten voor managementkeuzes. De redenen van de verschillen kunnen legio zijn. Een deel van het perceel kan minder organische stof bevatten en dus meer last van droogtegevoeligheid hebben, de pH kan anders zijn, de beschikbaarheid van N kan lager zijn, maar ook de bodemstructuur of de bodembiologie kan anders zijn.

Om meer zicht te krijgen in de redenen van bontheid kan op bepaalde plekken extra worden bemonsterd. Deze monsters geven vaak nieuw inzicht in de oorzaak van de achterblijvende gewasontwikkeling. Met deze informatie kunnen vervolgens keuzes worden gemaakt (compost, kalk, reparatiebemesting, andere groenbemester in verband met nematoden etc.

Op de gele plekken in de akker van  is de biomassa gedurende negen jaar gemiddeld minder dan op de rest van het veld. Op deze plekken zijn extra monsters gestoken. Uit de analyse bleek dat de pH van de bodem op de gele plekken onder de hier gewenste 5.4 ligt. Door lokaal extra te bekalken is de pH op peil te brengen. Meer over pH >

Op dit maisperceel werd een groot verschil in zetmeelopbrengst gevonden. Deze verschillen werden naast BodemScout gelegd. Er bleek een duidelijke relatie tussen een laag zetmeelgehalte en de gele plekken. Op punt 2 is deze bijna 500 kg/ha lager dan op punt 4. Door grondmonsters van de gele plekken te vergelijken met monsters van andere plekken uit het perceel, bleek dat een combinatie aan factoren de oorzaak was van de mindere opbrengst

Dankzij dit inzicht is voor de gele plekken in het veld een combinatie van gerichte maatregelen geadviseerd; verlaag de C/N ratio (vers organisch materiaal aanvoeren), breng de P-beschikbaarheid omhoog (P-bemesting) en breng de K-beschikbaarheid (iets lagere K bemesting) naar beneden.

BodemScout maakt tegenwoordig standaard deel uit van Bemestingswijzer