Borium nieuw in ruwvoeronderzoek

5 augustus 2016 - Expertartikel

Sinds augustus 2016 rapporteert Eurofins Agro ook borium (B) via de sporenelementanalyse in het ruwvoer. Sporenelementen worden standaard onderzocht in het onderzoek Voeding Compleet.

Borium (B) is een zeer bekend element binnen plantenvoeding maar nog relatief onbekend binnen diervoeding. Er zijn wetenschappelijke studies gedaan naar het effect van borium in voeding. Deze tonen aan dat borium invloed heeft op metabolisme van calcium. Tevens heeft borium invloed op het mobiliseren van calcium uit het skelet. Het element kan dus zorgen voor sterke botten en voldoende melkproductie.

De streefwaarden voor borium worden weergegeven op basis van routinematige analyses van de voorgaande drie jaar. Om de behoefte goed onderbouwd in het rantsoenadvies op te nemen, is echter nog meer studie nodig op runderen.

Borium van belang voor gewassen

Het nut van borium in diverse gewassen is al wel bekend en voor sommige gewassen is borium zelfs heel belangrijk. Naast suikerbieten is snijmaïs een ‘groot gewas’ dat zeer gevoelig is voor boriumtekorten. Een gebrek aan borium in mais wordt vooral zichtbaar door een slechte kolfontwikkeling en korrelzetting. Ook voor luzerne en diverse akkerbouwgewassen geldt een bemestingsadvies voor borium. Borium wordt gerapporteerd  in milligram/kg droge stof.

Zie onderstaande figuur voor een overzicht over welke waarden er gevonden worden in ruwvoer en wat de streefwaarden zijn:

Graskuil
Maiskuil
Hooi
Luzerne
Gehele plantsilage (GPS)

Min
0,2
2,1
1,6
7,9
1,8

Gemiddelde
6,6
4,2
6,5
28,2
4,8

Max
38,3
17,2
25,8
45,5
18,6

Streefwaarden

Tussen de
5
3,5
4
15
2,5

8,5
5,5
10
40
6,5

Steeds meer aandacht voor borium

Over borium heeft Eurofins Agro de laatste jaren regelmatig bericht. Zo is bekend dat er steeds minder borium in de bodem gevonden wordt. Het gaat bijvoorbeeld in lichtere zandgronden om een daling van ongeveer 10% in de afgelopen 10 jaar. In mei van dit jaar was in 65% van de percelen te weinig borium beschikbaar voor het gewas. Voor diverse teelten is het van groot belang om borium bij te bemesten. In het kader van de minerale kringloop op het bedrijf is het daarom interessant dat de gegevens van ruwvoer nu naast de cijfers van de bodem gelegd kunnen worden. Over borium in de bodem is inmiddels door de jarenlange ervaring al heel wat bekend.

Risico op uitspoelen
Voor de afname in de bodem zijn meerdere redenen aan te wijzen. Borium is zeer uitspoelingsgevoelig. Het sporenelement bindt zich bijvoorbeeld niet of nauwelijks aan de CEC (klei-humus-complex), maar ook niet aan de nutriënten ijzer, aluminium of calcium, zoals fosfaat doet. Te veel regen in één keer zal borium naar diepere lagen doen verdwijnen. De laatste jaren is er steeds vaker sprake van extreme neerslag. Dit komt borium niet ten goede.

Minder in mest
Een andere reden van de afname zijn de gehaltes in mest. Vanwege striktere wetgeving wordt er minder dierlijke mest en daardoor ook minder borium aangevoerd. Ook telers die de fosfaatruimte maximaal opvullen met dierlijke mest, moeten er rekening mee houden dat dit onvoldoende is. Die mest bevat gemiddeld 2 gram borium per kuub. Dat is te weinig bij een lage boriumtoestand. De adviesgift kan op boriumarme gronden oplopen tot 1,5 kg borium per hectare.

Borium zit ook in organische stof. Bij mineralisatie van organisch stof komt dus ook wat boirum vrij. Er wordt daarom wel gedacht dat er geen boriumgebrek zal zijn op gronden die rijk zijn aan organische stof. Maar dat is een misvatting. In 40% van de gronden met een gehalte organische stof tussen de 5 en 10%, is het boriumgehalte laag of vrij laag. Met name de kwaliteit van de organische stof is hierbij bepalend.

Negatieve spiraal?
Doordat er minder uit de bodem en uit mest komt, is het niveau in het gewas ook aan de lage kant. De gehaltes in bodem, mest en gewas (en dus ruwvoer) staan uiteraard in relatie met elkaar. Het kan de start van een negatieve spiraal zijn met mogelijk in de toekomst een nieuw evenwicht. Kennis van de gehaltes in bodem, gewas en mest bieden veehouders de mogelijkheid om uit de negatieve spiraal te stappen om zo te werken aan een sluitende kringloop en uiteindelijk gezond vee.