Fosfaatdifferentiatie 2015: de regels op een rij

24 april 2015 - Expertartikel

Door deel te nemen aan de regeling fosfaatdifferentiatie (flexibele gebruiksnormen fosfaat, flex-P) kan in veel gevallen meer drijfmest worden gebruikt voor de bemesting van gras- en maïsland. Dit scheelt mestafzetkosten en zorgt voor behoud van uw bodemvruchtbaarheid. In dit artikel zetten we de regels voor u op een rij.

 

Heeft u een of meer percelen met een neutrale of lage fosfaattoestand? Dan mag u meer fosfaat gebruiken. Daarvoor gelden wel een aantal voorwaarden. Voor 2015 geldt het volgende:

Bestaande monsters gebruiken

Veehouders die bestaande grondonderzoeken willen gebruiken voor derogatie en/of fosfaatdifferentiatie moeten rekening houden met de volgende zaken:

Rekenvoorbeeld:  bij RVO is perceel  1 geregistreerd als één perceel van 9 ha. In werkelijkheid zijn er twee monsters van dit perceel met verschillende P toestanden. 

Het gewogen gemiddelde van perceel 1 is dan (P-AL 55 * 4ha + P-AL 40 *5ha  = 420. 

Gewogen gemiddelde : 420 / 9 ha =  P-AL 47 (neutraal)

 

 

Samenvoegen van percelen

Mag alleen als:

U kunt zich aanmelden voor de regeling fosfaatdifferentiatie via de Gecombineerde opgave. Dat moet uiterlijk 15 mei gebeuren. De fosfaattoestand van de bodem wordt uitgedrukt in een PAL-getal (grasland) en een Pw-getal (bouwland (maïs)). Vul deze waarden in voor het betreffende perceel. Als u geen PAL- of Pw-waarde invult, moet u rekenen met de laagste fosfaatgebruiksnorm. U vindt de bemestingshoeveelheden in onderstaande tabel. De fosfaatgebruiksnormen (in kilo’s fosfaat per hectare per jaar) gebruikt u om de totale fosfaatgebruiksruimte voor meststoffen voor uw bedrijf te berekenen.

 

 

Fosfaatklassen:

BOUWLAND

Pw-waarde
Categorie
2014
2015
2016
2017


<25
Arm
120
120
120
120


25-36
Laag
80
75
75
75


36-55
Neutraal
65
60
60
60


>55
Hoog
55
50
50
50

GRASLAND

PAL-waarde
Categorie
2014
2015
2016
2017


<16
Arm
120
120
120
120


16-27
Laag
100
100
100
100


27-50
Neutraal
95
90
90
90


>50
Hoog
85
80
80
80

Totale gebruiksruimte voor uw bedrijf berekenen

U rekent met de oppervlakte landbouwgrond zoals die op 15 mei bij uw bedrijf in gebruik is. U vermenigvuldigt de oppervlakte grasland en de oppervlakte bouwland met de bijbehorende fosfaatgebruiksnorm. Dit doet u voor elke categorie: laag, neutraal en hoog. De uitkomsten telt u bij elkaar op.

Er is sprake van grasland als het gras bestemd is als ruwvoer voor dieren. Landbouwgrond met graszaad of graszoden rekent u tot de oppervlakte bouwland.

 

 

Fosfaatarme en fosfaatfixerende gronden (categorie arm

Grond is fosfaatarm of -fixerend als het PAL-getal lager is dan 16 (bij grasland) en het Pw-getal lager dan 25 (bij bouwland). Op deze percelen mag u meer fosfaat gebruiken, namelijk 120 kilogram per hectare. Geef via de Gecombineerde opgave door dat u gebruik wilt maken van deze hogere norm. Per gewasperceel vult u de PAL-waarde (grasland) of Pw-waarde (bouwland) in.

Op grasland en bouwland mag u de extra hoeveelheid fosfaat in de vorm van kunstmest, dierlijke mest en andere organische meststoffen geven. Maakt u gebruik van derogatie? Dan mag u geen fosfaat uit kunstmest gebruiken.  Het rapport mag op 15 mei van het eerste jaar waarin de hogere fosfaatgebruiksnorm gebruikt wordt niet ouder zijn dan 12 maanden. Het rapport is 4 jaar geldig, ook voor eventuele nieuwe gebruikers van het perceel. 

Voor de bepaling van de fosfaattoestand om reparatiebemesting te kunnen toepassen is gestratificeerde monstername noodzakelijk. Zie voor verdere voorwaarden met betrekking tot de monstername dit document.