Geen stikstofruimte? Denk aan kali

4 augustus 2016 - Expertartikel

Nu het voor veel melkveehouders vanwege de mestwetgeving niet meer mogelijk is om stikstof te bemesten, kan kali een uitkomst zijn. Op veel grasland ligt stress op de loer. De kans op roest neemt toe.

Na de tweede of derde snede is het op veel boeren bedrijven gedaan met de stikstofruimte. De wetgeving laat niet meer stikstof toe om te bemesten. Ondertussen blijft het gras gewoon doorgroeien en blijft het stikstof onttrekken. De kans op stress is reëel aanwezig. Welke middelen zijn dan nog beschikbaar?

Gezien over de lange termijn worden zaken als bodemstructuur en voldoende en kwalitatief goede organische stof in de bodem steeds belangrijker. Ter illustratie: op veengrond is er in het najaar normaal gesproken geen stikstofgebrek. Er wordt in deze bodems voldoende organische stof afgebroken, waardoor er stikstof vrijkomt.

Goede bodemzorg is dus belangrijk en betaalt zich vanzelf uit, maar het is ook een kwestie van lange adem. Op de korte termijn kan kali veel problemen voorkomen.

 

 

Voor kali geen restricties

Een goede kalivoorziening is erg belangrijk en voor het gebruik van kali gelden geen restricties, stelt Robin Wolf. Hij is productmanager veehouderij bij Eurofins Agro. “Het mineraal zorgt voor transport van koolhydraten van wortels naar de bovengrondse delen. Net als natrium, speelt het een belangrijke rol bij de waterhuishouding van bodem en plant. Als de voedingsstroom naar de bovengrondse delen niet goed verloopt, dan stagneert de groei.”

 

 

Lagere gehaltes in drijfmest

Ook om een andere reden is het belangrijk om nog eens goed naar kali te kijken. Door de lagere gehaltes in drijfmest en de lagere drijfmestgiften (door de nieuwe derogatienorm van 230 kg N per ha) ontstaat er al snel een netto onttrekking op grasland. Bij een bemesting van 230 kg stikstof uit dierlijke mest, geeft zelfs een opbrengst van slechts 8 ton droge stof per jaar al een netto onttrekking van kali.  Gemiddeld moet er 50-100 kg K2O bijbemest worden om de onttrekking aan te vullen. Tel hier een tekort aan stikstof bij op, en er ontstaat een serieus probleem voor de groei en de gezondheid van grasland.

 

 

Belangrijk voor droogteresistentie

Zeker op de lichte gronden is het aan te raden om bij de latere snedes, waar geen drijfmest bijkomt,  een aanvullende kalibemesting toe te passen. Tot nu toe hebben we deze zomer (2016) geen problemen met de droogte. Zeker in droogteperiodes kan voldoende kali namelijk het verschil maken en zorgen dat het gras er goed doorheen komt. Tegelijkertijd wordt er juist in deze periode,  wanneer het vaker droog wordt, minder drijfmest bemest. De kalivoorziening komt hiermee aan de krappe kant, zeker omdat de kaligehaltes in drijfmest de laatste jaren gezakt zijn.

 

 

Niet teveel (in één keer) kali bemesten

Door aanvullend een kleine kaligift te geven (afhankelijk van de drijfmestgift) kunnen typische stressfactoren in de zomer en het najaar, zoals roest,  voor grasland beperkt worden.  Teveel kali geven is echter niet goed voor de diergezondheid. Het is raadzaam om de aanvullende gift per snede niet te hoog te maken, zeker in geval van beweiding. Denk daarbij aan maximaal 50-100 kg Kali 60  per snede.