Het optimale percentage droge stof

26 augustus 2015 - Expertartikel

Het maken van een perfecte kuil is telkens weer een uitdaging. Het is afhankelijk van diverse factoren: graskwaliteit, bemesting, maaimoment en de weersomstandigheden. Maar wat is nou het beste percentage droge stof voor een graskuil?

Uit de cijfers waarover Eurofins Agro beschikt (van meer dan 100.000 graskuilen per jaar) blijkt dat er nogal een grote variatie bestaat in de manier waarop kuilen in Europa gemaakt worden. In West-Europa (Nederland, België, West-Duitsland) wordt er relatief droog ingekuild, met vaak percentages droge stof van meer dan 40%. In de Scandinavische landen worden kuilen veel natter gemaakt, met percentages droge stof die variëren tussen de 25 en 30%.

Maar wat is nu het beste percentage? Waar moet u naar streven? Daar is helaas geen kant-en-klaar-antwoord op te geven. Maar we kunnen wel veel leren uit de verschillen die er zijn binnen Europa. Er zijn lessen uit te trekken voor de dagelijkse praktijk. Het zijn lessen waarmee u misschien uw bedrijfsresultaten wel kunt verbeteren. Eerst wat achtergrondinformatie:

Droge stof beïnvloedt fermentatieproces

Om een antwoord te geven op de vraag ‘Wat is (in mijn situatie) het ideale percentage droge stof’ moeten we kijken naar de invloed van droge stof op het fermentatieproces in de kuil. Kuilen met een laag percentage droge stof zullen zorgen voor een intense fermentatie. Dit leidt tot een hogere zuurproductie en een lager pH. Hoe lager het percentage droge stof, hoe meer suiker zal worden omgezet in melkzuur. Om deze reden wordt (in Nederland) vaak geadviseerd om kuilen te maken die maximaal 45% droge stof bevatten, om er zeker van te zijn dat de pH laag genoeg is. Hiermee heeft u meer kans op een stabiele kuil met weinig broeigevoeligheid.

 

Droge stof beïnvloedt ook de voederwaarde

Droge stof heeft niet alleen invloed op de stabiliteit van de kuil, maar ook op de voederwaarde. Een intense fermentatie en een lagere pH zorgen namelijk voor een hogere afbraak van proteïnen en afbraak van de celwanden van het materiaal (NDF). Zie dit als ‘voorvertering’. In principe gebeurt hier hetzelfde als wat gebeurt in de pens van een koe: de afbraak van materiaal in een anaerobisch fermentatieproces met behulp van bacteriën. Wat al is ‘voorverteerd’ in de kuil kan/hoeft niet meer te worden afgebroken in de koe. Dit voorverteerde materiaal zal dus sneller door de koe gaan. De kuil wordt ‘sneller’.

Eurofins Agro heeft hiernaar uitgebreid onderzoek gedaan. Uit  recent Europees onderzoek naar meer dan 500 graskuilen met vergelijkbare voederwaardecijfers, blijkt dat natte kuilen inderdaad een hogere afbraak van ruw eiwit en celwanden hebben dan droge kuilen. De onderzochte kuilen komen uit Duitsland, Denemarken en Nederland en zijn geoogst in 2014. De resultaten tonen aan dat natte kuilen sneller afbreekbaar zijn dan droge vanwege de intensievere kuilfermentatie.

Grassoort bepaalt afbreekbaarheid (en dus verteringssnelheid)

Met de keuze voor een grassoort is het ook mogelijk om de afbreekbaarheid van de graskuil te beïnvloeden. In de praktijk gebeurt dit al. In de Scandinavische landen staan veel vezelrijke grassoorten, zoals Timothee en rietzwenkgras. Deze grassoorten overleven gemakkelijker de koude winters. Melkveehouders in Scandinavië maaien dit gras gemiddeld 3 keer per jaar. Dit resulteert in kuilen met hoge ADL-gehalten en een lagere verteerbaarheid. Door deze vezelrijke grassoorten nat in te kuilen, zorgen Scandinavische boeren ervoor dat het materiaal toch goed verteerbaar is voor melkvee.

In Nederland worden met name diverse soorten raaigrassen geteeld. Melkveehouders maaien hier vaak vijf tot zes keer per jaar. Dit zorgt voor (zeer) snel verteerbare kuilen met juist een laag ADL-gehalte. Vaak té snel verteerbaar wat risico’s op pensverzuring met zich mee brengt. 

Wat is uw optimum aan droge stof?

Het optimale gehalte droge stof wordt dus als eerste bepaald door de graskwaliteit. Deze kennis is ook te gebruiken in hoe we inkuilen. Streeft u altijd naar hetzelfde percentage droge stof? Of kijkt u ook naar de omstandigheden? Als voorbeeld: als u om logistieke redenen of vanwege het weer een zware verouderde snede heeft staan kunt u bijvoorbeeld beter wat natter inkuilen. Hierdoor zal deze snede wat meer ‘voorverteerd’ worden in de kuil en is het makkelijker verteerbaar voor uw koeien.

Welke lessen kunnen we trekken uit de Europese vergelijking?

Alles samenvattend, lijkt het er op dat we ons ruwvoer nog beter kunnen benutten als we het percentage droge stof zo veel mogelijk proberen af te stemmen op het maaimoment en de natuurlijke graskwaliteit.

U kunt beter wat droger inkuilen (>40%) als u:

U kunt beter wat natter inkuilen (rond 30%) als u: