Meer onttrekking dan aanvoer: fosfaattoestand daalt

8 juli 2015 - Expertartikel

De gehaltes fosfaat die beschikbaar zijn voor het gewas (p-beschikbaar) dalen in Nederland. Dat heeft Eurofins Agro onlangs naar buiten gebracht. Het blijkt uit de cijfers van akkerbouwpercelen in de afgelopen 10 jaar. Het is tegelijkertijd een herkenbaar beeld in de veehouderij.

Dalende fosfaatgehalten gaan ten koste van productiecapaciteit. Wat betekent het voor u als melkveehouder? De fosfaattoestand is namelijk erg belangrijk voor het opbrengend vermogen van percelen. Bemesting kan dat dan niet compenseren. Tegelijkertijd: de fosfaatbeschikbaarheid daalt (P-beschikbaar = P-PAE), maar zal niet blijven dalen. Er zal een nieuw evenwicht in de bodem ontstaan omdat de P-Al (de bodemvoorraad) P kan bufferen (naleveren). De P-bodemvoorraad is in Nederland over de hele linie vrij mooi en daalt nog niet of nauwelijks.

De dalende gehalten zijn een gevolg van de verscherpte mestwetgeving in de laatste decennia. Deze wetgeving heeft als doel om te voorkomen dat fosfaat in het grondwater of oppervlaktewater terecht komt.

Laatste paar jaar

De dalende trend van beschikbaar fosfaat is ontstaan in de afgelopen paar jaar. Uit eerder onderzoek, van voor 2010, was nog geen dalende trend zichtbaar. Volgens Gerard Abbink is het beeld in de veehouderij hetzelfde. Hij is productmanager veehouderij bij Eurofins Agro. “En het gaat nu relatief  hard. Als je kijkt naar de gemiddelde forfaitaire normen, en de gemiddelde maisopbrengsten van de kringloopwijzer is dat te verklaren. Met name op de fosfaatrijke gronden is de gemiddelde opbrengst van snijmaïs ruim 17 ton DS / ha.  Daarmee onttrek je al snel  75 kg fosfaat. De gebruiksnorm op gronden met een hoge toestand ligt op 50 kg P2O5. Dan ga je per jaar dus 25 kg achteruit per hectare. Tot 2010-2012 lagen de forfaitaire normen nog ongeveer gelijk met deze gemiddelde opbrengsten, de laatste jaren duiken ze echter allemaal onder de gemiddelde gewasopbrengst. Dat verklaart ook waarom voor 2010 nog geen dalende trend zichtbaar was, maar nu wel.”

 

 

Sturen binnen je bedrijf:

Als veehouder kunt u op korte termijn nog bijsturen door te zorgen dat u met drijfmest voldoende fosfaat bemest om de onttrekking te dekken.  Zorg ervoor dat u weet wat in de drijfmest zit, en wat de gemiddelde onttrekking is volgens de kringloopwijzer. Dit  Met deze kennis kunt u berekenen hoeveel kuub minimaal nodig is. Breng vooral meer mest naar hoogproductieve percelen, en minder naar de laagproductieve percelen. Dan wordt de mest het beste benut. 

Gerard Abbink: “Voor de langere termijn zou het goed zijn als de fosfaatplaatsingsruimte gekoppeld wordt aan de kringloopwijzer. Dan ontstaat er weer een  evenwichtsbemesting zodat bodemvruchtbaarheid en productie op peil kunnen blijven bij minimale verliezen.”

 

 

Vergelijking van analyseresultaten

De cijfers voor de bouwlandpercelen (inclusief maisland) komen uit een betrouwbare vergelijking van de analyseresultaten uit de periode 2004-2008 en die van 2010-2014. Op basis daarvan concludeert Eurofins Agro dat in 53 procent van de percelen de hoeveelheid P-beschikbaar is gedaald. In 36 procent bleef het gehalte nagenoeg gelijk. In 11 procent van de percelen is nog een stijging te zien. In onderstaand overzicht is dat weergegeven voor de akkerbouwpercelen in Nederland die door Eurofins Agro zijn onderzocht en waarvan in beide perioden minstens 10 onderzoeksresultaten (per postcodegebied) bekend zijn.