Miljoenenschade door stengelaaltjes bollenteelt

18 juli 2014 - Expertartikel

De schade door stengelaaltjes (Ditylenchus dipsaci) neemt de laatste jaren sterk toe. Het gaat op jaarbasis om miljoenen euro’s schade. Het roer moet daarom om in de bollensector. Telers moeten besmettingen gaan voorkomen en terugdringen. Preventieve monstername is een belangrijk middel om dit te bereiken.

De KAVB (Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur) en Eurofins Agro hebben de handen ineen geslagen om preventieve monstername te stimuleren. De leden van de KAVB krijgen dit jaar 40 euro korting per ha wanneer er 5 monsters per ha worden genomen. Natasja Poot is productmanager bodemgezondheid bij Eurofins Agro en licht het belang van de actie toe.


Waarom is preventieve monstername zo belangrijk?

“Preventieve monstername is onmisbaar in de strijd tegen stengelaaltjes. Deze aaltjessoort veroorzaakt grote schade. Er moet echt iets gebeuren. Telers moeten eerst kijken of een perceel vrij is van stengelaaltjes. Pas daarna kunnen de bollen geplant worden. Eigenlijk is het meer dan logisch. In de plantuienteelt bijvoorbeeld is preventieve monstername, om te zien of een perceel vrij is van stengelaaltjes en witrot, al lange tijd verplicht. Op dit moment wordt in de bollenteelt vaak pas achteraf geconstateerd dat er een besmetting is, met alle (financiële) gevolgen van dien.”


Waarom is de kans op besmetting zo groot?

“Bloembollen worden elk jaar op een ander perceel geplant en één partij gaat vele jaren mee binnen een bedrijf. Stengelaaltjes kunnen ook in de bollen overleven en de besmetting kan zich dus snel over meerdere percelen verspreiden. De primaire bron achterhalen is dan lastig.”


Wat is de schade voor de teler?

“Elk jaar veroorzaakt het stengelaaltje al een miljoenenschade in de bollensector. Voor individuele bedrijven kunnen de financiële gevolgen van een besmetting met stengelaaltjes desastreus zijn. Omdat het stengelaaltje een quarantaineorganisme is, en een besmetverklaring wordt opgelegd, is een groeiend areaal ongeschikt voor de teelt van uitgangsmateriaal.”


Wat kan een teler doen als een besmetting is vastgesteld?

“Helaas niet zo veel. Na het constateren van een besmetting mag enkel natte grondontsmetting of inundatie als maatregel worden toegepast. Grondontsmetting is met het (tijdelijk) verbod op metam-natrium inmiddels ook verleden tijd. Leg in ieder geval altijd de besmetting vast. Vanaf 2014 is er de mogelijkheid om besmette tulpenbollen te koken in plaats van te vernietigen. Dit is echter niet voor iedereen weggelegd en zeker geen oplossing voor het probleem. Voorkomen is altijd, maar zeker nu, beter dan genezen!”


Wanneer moet er bemonsterd worden?

“Preventieve monstername vindt plaats als het voorgaande gewas geoogst is en het land braak ligt, voordat de bollen worden geplant in het najaar. Laat niet te kort na het oogsten van het voorgaande gewas bemonsteren. De stengelaaltjes kunnen dan nog aanwezig zijn in de gewasresten en worden niet meegenomen in het grondonderzoek. Dat geeft niet een betrouwbaar beeld. De teler moet natuurlijk wel de uitslag hebben voordat hij gaat planten. Houd rekening met een onderzoekduur van twee weken. Nog een aandachtspunt is de vochtigheid van de percelen. Aaltjes zijn waterdieren. Laten bemonsteren in droge omstandigheden is daarom niet goed. Dit kan het beste gebeuren als er wat regen is gevallen.”