Nutriëntenopname gewas sterk afhankelijk van water

19 mei 2015 - Expertartikel

De kans is groot dat we in de komende seizoenen vaker te maken krijgen met een tekort óf een overschot aan water. Dit heeft direct invloed op de plantbeschikbaarheid van voedingsstoffen voor het gewas. In dit artikel geven we een paar voorbeelden.

Onderstaande kaart van Nederland (bron KNMI) geeft het zogenaamde neerslagovershot over de periode van 1 april tot en met 30 september weer. Wat daarbij opvalt zijn de grote verschillen in Nederland: van een neerslagoverschot van 180 mm in het midden van het land tot een tekort van 180 mm langs de kust en op de eilanden. Het te veel aan water kan door middel van goede drainage snel van het perceel afgevoerd worden. Bij een tekort aan water is het de zaak om voldoende water aan te voeren door middel van beregening. 

 

 

 

 

 

 

Verminderde opname nutriënten

De hoeveelheid neerslag en het vermogen van de bodem om water vast te houden hebben direct invloed op de opname van voedingsstoffen door het gewas. Deze kunnen pas door een plant worden opgenomen als ze zijn opgelost in water. Bij een tekort aan water kan er minder calcium worden opgenomen door de plant. Te weinig calcium in de plant kan al snel tot gebreksverschijnselen leiden. Bij aardappelen hebben we afgelopen jaar in een veldproef gezien dat bij een afname van de beschikbare hoeveelheid calcium, de aardappelen meer last hadden van interne kwaliteitsproblemen (de zogenoemde bruine harten).

 

 

Calcium en asperges

Niet alleen aardappelen hebben last van interne kwaliteitsproblemen bij een calciumgebrek. Hetzelfde zien we ook bij bijvoorbeeld asperges. Het belang hiervan is groot, want de afgelopen jaren is het aspergeareaal weer groter geworden in onder meer Nederland en Duitsland. Voor  aspergetelers is het belangrijk om te weten hoeveel water er gegeven moet worden onder droge omstandigheden, bijvoorbeeld om kwaliteitsproblemen door lage calciumopname tegen te gaan. 

 

 

Het gaat om precisie: niet te veel, niet te weinig

Het lastige bij beregenen is om te bepalen hoeveel water er nu gegeven moet worden. Het te veel aan water dat gegeven wordt, kan direct van het land spoelen of het spoelt uit naar diepere lagen (met het risico op uitspoelen van onder andere calcium). Te veel water beregenen is ook kosteninefficiënt: het kost simpelweg te veel diesel. Om te bepalen hoeveel water er moet worden gegeven bij beregenen, is de pF-curve (ook wel de waterretentiecurve genoemd) een handig hulpmiddel. In de pF-curve wordt weergegeven hoe groot het deel plantbeschikbaar water is per perceel. Het plantbeschikbare water is de maximale hoeveelheid water die de grond vast kan houden en dit is gelijk de hoeveelheid water die een teler maximaal moet geven. Bij de pF-curve op het verslag van BemestingsWijzer en BemestingsMonitor wordt aangegeven hoeveel millimeter dit is voor de bemonsterde laag. 

 

 

Hoeveel moet u geven?

Het is ook mogelijk om op elk moment nauwkeurig te bepalen hoeveel water er gegeven moet worden. Ook dit kan met behulp van de pF-curve op het verslag. Ga hiervoor na wat het actuele vochtgehalte is van de grond (op het moment van beregenen). U kunt het dan aanvullen tot de veldcapaciteit van het perceel. Het bepalen van het actuele vochtgehalte kan met behulp van bijvoorbeeld een vochtsensor. Op deze manier wordt het perceel op veldcapaciteit gebracht, met een minimaal risico op uitspoelen van nutriënten als calcium. Zo bent u er zeker van dat er voldoende water en calcium opgenomen kan worden door het gewas.