Partijberekening BEX ronde en vierkante balen aangepast

23 april 2015 - Expertartikel

Wageningen UR Livestock Research en Eurofins Agro hebben met financiering van voormalig Productschap Zuivel onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden om de partijmetingen ten behoeve van BEX en kringloopwijzer nauwkeuriger te maken. Uit dit onderzoek is een verbetering voor de inschatting van de partijgrootte van vierkante en ronde kuilbalen gekomen.

Deze nieuwe berekening mag vanaf dit jaar toegepast worden en is inmiddels opgenomen in het Handboek Melkveehouderij. In de handreiking Bedrijfsspecifieke Excretie wordt hiernaar verwezen. 

Voor het onderzoek zijn in 2013 ruim 100 graskuilen, 50 maiskuilen en 100 balen (50 ronde en 50 vierkante) tijdens de oogst in hun geheel gewogen en vervolgens opgemeten en bemonsterd. De resultaten van deze metingen zijn gebruikt om te kijken of er een beter model voor de berekening van de partijgrootte te maken was. 

 

 

Dichtheid ook afhankelijk van ruwe celstof

Uit het onderzoek bleek dat naast het gehalte aan droge stof (DS) ook ruwe celstof (RC) duidelijk invloed heeft op de dichtheid van ronde en vierkant kuilbalen. Hoe hoger het gehalte aan ruwe celstof, des te slechter is het materiaal te verdichten. De dichtheid van deze balen wordt daarom nu berekend aan de hand van het DS-gehalte en het RC-gehalte via de volgende formule:

Kg product/m3 = 994.81 - 0.5335  x  DS-gehalte (g/kg)  -  1.196 x RC-gehalte (g/kg ds)

Kg DS/m3 = kg product (kg/m3) x DS-gehalte (g/kg)  / 1000

Deze nieuwe berekening van de dichtheid geeft een aanzienlijk betere inschatting van de partijgrootte. Voorheen werd er een vaste waarde voor de dichtheid van ronde en vierkante balen gebruikt van 185 respectievelijk 195 kg DS/m3. In de praktijk varieerde de dichtheid van de balen echter tussen de 125 en 285 kg DS/m3. Deze variatie wordt met de nieuwe berekening beter meegenomen. 

 

 

Geen aanpassing voor gras- en maiskuilen

Voor de graskuilen lijkt het RC-gehalte in de praktijk ook invloed te hebben op de dichtheid. Grof materiaal laat zich immers minder goed aanrijden dan minder structuurrijk gras. Echter gaf het in de totale partijberekening geen verbetering ten opzichte van de huidige modellen. De huidige modellen voor gras, en met name voor maïs bleken de partijgrootte over het algemeen al behoorlijk goed te schatten. Afwijkingen tot 10% kunnen echter nog steeds voorkomen. Een betere inschatting bleek niet mogelijk, omdat er te veel factoren zijn die ruis kunnen veroorzaken,  zoals het aanrijden, gronddek, en een juiste markering van partijgrenzen (vooral bij het tegen elkaar aankuilen). Daarnaast is in een eerdere studie is al gebleken dat er nog geen goede directe meetmethoden zijn om de dichtheid van een kuil te bepalen.

Omdat er voor de berekening van de partijgrootte zowel via directe metingen, als via een nieuw rekenmodel geen verbetering ten opzichte van de huidige methode haalbaar bleek, is besloten de werkwijze bij de gras- en maiskuilen niet aan te passen. 

Zie hier een samenvatting van de resultaten van het onderzoek.