Sporenelementen bijvoeren op basis van cijfers

28 mei 2014 - Expertartikel

De sector is op zoek naar nieuwe manieren om de efficiëntie en rendabiliteit van melkvee te verbeteren. Het belang van uitgekiend bijvoeren van sporenelementen wordt hierbij steeds vaker onderstreept. “Doe dit op basis van cijfers, zeker nu de gehalten in graskuilen afnemen.”

“Voor een goede rantsoenformulering is analyse van de gehalten aan zink, koper, mangaan, molybdeen en ijzer in rantsoencomponenten wenselijk, zodat de bijdragen van de grondstoffen bekend zijn. Alleen dan kan een goede keuze worden gemaakt voor sporenelementensupplementen om te voldoen aan de behoeften van het dier.” José Santos is hoogleraar aan de Universiteit van Florida en sprak tijdens de Cornell Nutrition Conference (zie De Molenaar, februari 2014) over de behoefte en beschikbaarheid van sporenelementen.

Afnemende gehalten in kuilen

Deze (internationale) aandacht van sporenelementen staat niet op zichzelf. Het onderwerp staat in de belangstelling merkt ook Gerard Abbink, productmanager veehouderij bij Eurofins Agro. In de Nederlandse situatie is dit onderwerp nog eens extra urgent. Sinds de invoering van het Mineralen Aangiftesysteem (MINAS) in 1996 en de derogatiewetgeving in 2005 zijn de hoeveelheden mineralen en sporenelementen in graskuilen stevig afgenomen. Abbink: “Lagere drijfmestgiften zorgen voor een lager mineralenaanbod en dus voor minder sporenelementen in de kuilen”, stelt hij. “Veel bedrijven moeten de mineralen afvoeren, maar vervolgens weer inkopen in de vorm van mineralenmengsels. Het is dus van belang om niet ‘zomaar wat te doen’, maar uitgekiend bij te voeren.”

Grote verschillen per bedrijf

Het bijvoeren van mineralen is maatwerk. Voor sporenelementen geldt niet ‘hoe meer hoe beter’. Melkkoeien kunnen ook gezondheidsklachten ontwikkelen bij een overmaat aan mineralen. Een goed voorbeeld daarvan is selenium. Het verraderlijke is dat de gezondheidsklachten bij een overmaat of tekort aan selenium hetzelfde kunnen zijn. “Standaard een bepaalde hoeveelheid mineralen bijvoeren is niet verstandig”, zegt Gerard Abbink hierover. “Bovendien verschilt het nogal per diergroep. Je kunt het jongvee ook niet hetzelfde geven als het melkvee. Baseer de optimale gift altijd op cijfers. Het ruwvoer bepaalt gemiddeld 70% van het rantsoen. De hoeveelheid sporenelementen in graskuilen variëren echter enorm per bedrijf. Let dus goed op de analysecijfers van de kuil.”

Geld verloren door tekort mineralen

Volgens de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) is bij 50% van de gezondheidsproblemen een slechte mineralenvoorziening de oorzaak. Verlaagde vruchtbaarheid, pootproblemen, uierontsteking: het zijn zomaar wat gezondheidsproblemen waarvan een tekort aan mineralen mede de oorzaak van kunnen zijn. Gerard Abbink: “Het komt voor dat melkveehouders pas gaan nadenken over de mineralenvoorziening als er een gezondheidsprobleem is op het bedrijf. “Maar dan ben je al te laat”, stelt Gerard Abbink. “Op het moment dat er gezondheidsproblemen zijn die worden veroorzaakt door een tekort aan sporenelementen, dan gaat er al geld verloren. Herstel kost tijd.”

 

 

Met Voederwaarde onderzoek onderzoekt Eurofins Agro standaard de hoeveelheid sporenelementen in de kuil. Op basis hiervan kunt u uitgekiend mineralen bijvoeren.