Stabiele of labiele organische stof? Let op koolstof

16 december 2016 - Expertartikel

Organische stof is goed voor de bodem: daar is iedereen het over eens. Maar de ene organische stof is de andere niet. Al eerder hebben we benadrukt dat niet alleen de hoeveelheid organische stof ertoe doet, maar dat kwaliteit ook belangrijk is. Daarbij geeft het onderdeel C-organisch op het bodemanalyseverslag interessante info.

Op het bemestingsverslag staan twee cijfers die gaan over organische stof. Het percentage organische stof zelf en het cijfer C-organisch. Als er relatief veel koolstof (C) in organische stof zit, dan is de koolstof stabiel en heeft het een positief effect op structuur en het vergroten van de CEC. Als er minder koolstof in organische stof zit, dan betekent het dat de organische stof labieler is. Deze organische stof kan in potentie juist een belangrijke bijdrage leveren aan mineralisatie. Het bodemleven is dol op makkelijk afbreekbare organische stof met weinig koolstof. Zeer belangrijk dus voor de stikstof- en zwavellevering vanuit de bodem op korte termijn.

Wat is beter?

Het zijn allebei nuttige eigenschappen van organische stof. De ene eigenschap is bij voorbaat niet beter dan de andere, maar het is wel belangrijk om te kijken naar wat er al in de bodem aanwezig is. Zit er veel of weinig koolstof in de organische stof van uw percelen? Wilt u werken aan meer mineralisatie of juist aan een hogere CEC? Organische stof heeft tal van belangrijke bijdragen voor de bodem: weerbaarheid, anti-verslemping, een betere bewerkbaarheid, vochtbindend vermogen. Op al deze zaken heeft het C-percentage invloed.

U kunt op het verslag ook inzien welk percentage van de organische stof uit koolstof bestaat, u hoeft dat niet zelf uit te rekenen. Maar voor het inzicht is het wel interessant om te kijken hoe dit werkt. In bovengenoemd voorbeeld ziet de berekening er als volgt uit: 1,7/3,3 = 0,515. Afgerond bestaat 52% van de organische stof uit koolstof. De waarde van koolstof in organische stof in percelen variëren tussen de 30 en 70%. Dit voorbeeld valt hier precies tussenin.

Welke bodemverbeteraar kiest u?

Wat kan je met deze info? C-organisch is een interessant gegeven bij het kiezen van de juiste bodemverbeteraar. Wilt u het aandeel stabiele organische stof verhogen voor een betere structuur en voor het beter vast houden van nutriënten? Kies dan voor stabiele organische stof, met veel koolstof. Verhoudingsgewijs veel koolstof toedienen ten opzichte van andere elementen, via een bodemverbeteraar, is een manier om het stabiele deel van de organische stof verder te verhogen. Dit is het deel dat na tientallen en soms honderden jaren nog kan worden teruggevonden.

Wilt u juist meer mineralisatie realiseren voor het snel vrijkomen van stikstof en zwavel? Kies dan voor een meer labiele verbeteraar, met relatief gezien minder koolstof.

Meer stabiele organische stof nodig?

In de Nederlandse vakbladen is de laatste tijd veel aandacht voor de kwaliteit van de Nederlandse bodems. Deze zou achteruit gaan. Eurofins Agro heeft tot nu toe geen aanwijzingen dat de hoeveelheid organische stof afneemt. Wel zijn we bezig om te kijken naar meer aspecten van kwaliteitskenmerken van organische stof. Zie ook het artikel Kwaliteit organische stof doet ertoe.

Met name bodemverdichting is daarbij een issue. Daar zijn wel degelijk bewijzen voor. In dat verband is het inderdaad verstandig om te kijken naar meer stabiele bodemverbeteraars. Ook de Technische Commissie Bodem (TCB) publiceerde daar onlangs over: er wordt een overmaat aan snel afbreekbare meststoffen gebruikt wordt. Anders gezegd: er wordt te weinig gekozen voor meststoffen die een bijdrage leveren aan de opbouw van organische stof.

Anderzijds constateren we ook dat er minder zwavel vanuit mineralisatie vrijkomt. Ook dat is een kwaliteitsaspect van organische stof. Lees meer in het artikel Significante daling zwavelgehaltes Nederlandse percelen.

Hoe het ook zij: het begint met het bemonsteren van de bodem en een heldere analyse van de bodem. Dit kan u helpen om de bodem voor de lange termijn te verbeteren en het organische stofbeheer daar op af te stemmen.