Suzuki-fruitvlieg toenemend probleem in fruit

21 november 2014 - Expertartikel

De Suzuki-fruitvlieg  (Drosophila suzukii) of Aziatische fruitvlieg is een steeds meer voorkomend probleem in de fruitteelt. Sinds 2012 is het aantal vliegjes al verhonderdvoudigd in Nederland. PlantDoctor Trudie Coenen van Eurofins Agro komt het probleem ook tegen en gaat in dit artikel in op een aantal vragen over de fruitvlieg.

“De  Suzuki-fruitvlieg  veroorzaakt met name schade in kleinfruit, zoals  aardbei, bessen, braam en framboos”, vertelt Trudie Coenen. “Maar ook in kersen. Daarnaast  blijkt dat ook wilde besdragende planten zoals vlier, rozenbottel en vogelkers waardplanten kunnen zijn voor deze fruitvlieg. Aangetaste vruchten kunnen niet in de handel gebracht worden, wat leidt tot grote schade.”

Hoe zijn de vliegjes te herkennen?“Het mannetje van de Suzuki-fruitvieg is duidelijk te herkennen aan de zwarte vlekjes op de vleugeltopjes. De vrouwtjes hebben een grote gezaagde legboor, maar dat is voor leken moeilijk te zien.”

Wat is het verschil tussen de aanwezigheid van de Suzuki-fruitvlieg en een andere fruitvlieg op het bedrijf?“De Suzuki-fruitvlieg tast gaaf, onbeschadigd  rijpend fruit aan. Andere fruitvliegen leggen eitjes in al beschadigd overrijp fruit. Het vrouwtje van de Suzuki-fruitvlieg maakt bij het afzetten van de eitjes een gaatje in de vruchtschil. Deze beschadiging is een gemakkelijke infectiepoort voor secundaire schimmels en bacteriën. De larven in de vruchten veroorzaken uiteindelijk de grootste schade.  Zij vreten van het vruchtvlees, waardoor zachte plekken ontstaan en de vrucht gaat rotten.”

Hoe weten we of de Suzuki-fruitvlieg aanwezig is op het bedrijf?“Dat kan op meerdere manieren. Er bestaan verschillende vallen, onder andere gebaseerd op de geur van lokstoffen, die gebruikt kunnen worden op het bedrijf. Daarnaast is het van belang de vruchten tijdens het oogsten goed waar te nemen. Dit kan heel goed bij aardbei, waarbij de vruchten  met kleine zachte plekjes of schimmelaantasting verzameld en apart gehouden kunnen worden. Het beste is, deze vruchten in een afgesloten zak veilig te verwijderen. Het wordt afgeraden de vruchten op de grond achter te laten, ook al worden ze kapotgetrapt. De larven in de vruchten kunnen zich verder ontwikkelen, de vliegjes kunnen ontsnappen en voor een nieuwe infectiebron zorgen. Daarnaast is het ook een bron voor secundaire schimmelgroei (Botrytis, Penicillium, Mucor, Cladosporium) waarbij de sporen door onder andere wind, beweging  of spattend water gemakkelijk verspreid kunnen worden.”

En bij andere soorten fruit?“Voor ander fruit, zoals kersen of bessen, is het wat moeilijker tijdens de oogst een selectie te maken. Hierbij zou een steekproef van de geoogste vruchten genomen kunnen worden die vervolgens ingevroren of ondergedompeld worden in een zout- of suikeroplossing. Beide hebben het effect dat larven naar buiten komen.”

Hoe kunnen we aantasting voorkomen?“Let daarbij op drie dingen. Het belangrijkste is om te achterhalen waar de bron van besmetting vandaan komt. Is er fruit aanwezig dat geïmporteerd is of van elders komt? In dit geval is het belangrijk handel en teelt gescheiden te houden. Als tweede: zijn er in de buurt bossen of bosschages met waardplanten voor de Drosophila suzukii ? En als derde: houden we ons eigen bedrijf schoon en onder controle? Hygiëne is zeer belangrijk."

Bestaat er een bestrijdingsmiddel tegen de Suzuki-fruitvlieg?“Het afgelopen seizoen (2014) was er een vrijstelling voor het middel Tracer op basis van de werkzame stof Spinosad, maar de vrijstelling is inmiddels per 29 oktober vervallen.”