Vakmanschap en ruwvoer cruciaal voor succesvolle groei

18 november 2014 - Expertartikel

Veel melkveebedrijven hebben groeiplannen of hebben die (deels) al uitgevoerd. Met het vervallen van het melkquotum zien veel ondernemers kansen voor uitbreiding. Groei in omvang draagt echter lang niet altijd bij aan rendement. Vakmanschap en het gebruik van zoveel mogelijk ruwvoer van eigen land zijn cruciaal voor succes.

Het inzetten van eigen ruwvoer om zo het rendement van het bedrijf te vergroten: het lijkt misschien vanzelfsprekend, maar de praktijk leert dat er grote verschillen per bedrijf zijn. De komende jaren zullen de verschillen op dit gebied nog groter worden, want met het verdwijnen van het melkquotum  zijn er opeens nieuwe grenzen aan de melkproductie. Wie speelt daar het beste op in? En komt groei altijd het rendement ten goede?

Aangekocht ruwvoer

ABN AMRO kwam onlangs met het rapport ‘Nieuwe horizon voor Nederlandse zuivel’. Daarin zijn onder andere uitkomsten van een onderzoek met de HAS Dronten verwerkt.  “Door alle aandacht voor het nieuwe speelveld raakt de aandacht voor het rendement van groei soms wat ondergesneeuwd”, schrijft ABN AMRO. “Vaak gaat groei zelfs ten koste van het rendement. Dit geldt vooral voor groei waarvoor alle ruwvoer wordt aangekocht en mest wordt afgezet. In 2012 zagen we wat de impact is van hoge ruwvoerkosten, en daar komen de kosten van mestverwerking nog bij. We zien daarbij grote verschillen tussen bedrijven en in efficiency.”

Ruwvoer meer benutten

Eurofins Agro benadrukt ook al jaren het belang van goed ruwvoer van eigen land. “De voerkosten per 100 kg meetmelk verschillen nogal tussen bedrijven”, vertelt Gerard Abbink. Hij is productmanager veehouderij bij Eurofins Agro. “Deze verschillen komen vooral uit de post ‘aangekocht voer’. De koplopers weten het eigen ruwvoer beter te benutten en hoeven dus minder (meng)voer aan te kopen.”

Goed vakmanschap

Wat kenmerkt een succesvolle groeier volgens ABN AMRO? “Bij succesvolle groeiers staat het verbeteren van de resultaten voorop. Ze laten zich daarnaast minder leiden door adviseurs, varen in belangrijke mate hun eigen koers en bevinden zich op het gebied van innovaties eerder in het peloton dan in de kopgroep.” Het draait volgens de bank om goed vakmanschap op het gebied van vee én gewas, cijfermatig inzicht, een rendementgedreven houding, sturing van bedrijfsprocessen op basis van managementinformatie, onderhandelingsvaardigheden, kennis van de markt en vooral daadkracht.