Veedrinkwater, belang voor goede melkgift

22 februari 2018 - Expertartikel

Koeien zijn grootverbruikers qua water, hoogproductieve koeien drinken 150 liter op een dag, in een minuut tot 20 liter. Vaak wordt er bij de bron onderzoek gedaan (vanwege regelgevingseisen) maar koeien drinken uit de waterbak. Daar is de kwaliteit altijd anders dan aan de bron; de chemische en microbiologische kwaliteit is totaal verschillend.

Veehouders kijken ook nog eens veel minder naar de uitslagen van het veedrinkwater dan naar kuilonderzoek, terwijl de cijfers uitwijzen dat het wel degelijk kan lonen om hier dieper op in te kunnen duiken. De relatie voer, water en gezondheid is belangrijker dan men denkt.

Veedrinkwateronderzoek

Van alle landzoogdieren is de (lacterende) koe degene die het meeste water op een dag nodig heeft. Dat is niet zo heel raar, aangezien melk voor 88% uit water bestaat. Voor elke liter melk moet ze 3 liter water drinken en na elke kilogram droge stof-iname moet ze vijf liter water drinken. Echter kunnen koeien kieskeurig zijn qua water, zodra water viezer wordt en minder schoon gaat ruiken zal een koe minder water drinken en dus minder melk produceren.
Volgens studies kunnen koeien met goede kwaliteit drinkwater 7% meer droge stof per uur meer opnemen (D. Andreen, 2015). Wat neer kan komen tot een dikke kg per koe meer melk per dag. Goed en schoon water zorgt dus voor hogere wateropname, zorgt voor hogere voeropname, zorgt voor een hogere melkgift.

Maar ook het kwaliteit van water is van belang. Zoals het eigenlijk met alles is; teveel is ook schadelijk. Daarom wordt er op meerdere microbiologische en chemische samenstellingen geanalyseerd. Eurofins Agro test op het volgende:

- E.coli
- Kiemgetal
- pH
- Hardheid
- Mangaan
- Nitriet
- IJzer
- Nitraat
- Chloride
- Ammonium
- Natrium
- Sulfaat

Belang van goede samenstelling

Maar wat de getallen nu werkelijk zijn, wat de streefwaardes zijn en waarom deze zo zijn vastgesteld is vaak nog onderbelicht. Vaak wordt er gekeken of het watermonster voldoet aan de OCM en Foqus, en of deze geschikt wordt bevonden voor het desbetreffende diersoort. Veel verder dan pagina 1 wordt niet gekeken op het verslag, terwijl er met water dus nog veel te winnen valt.

Escherichia coli, kortweg e.coli, komt voornamelijk in de drinkbakken voor, dus niet traceerbaar met een bronwateronderzoek. Dit komt omdat deze bacteriën voornamelijk via mestspetters in de bak komen. Bakken die moeilijk schoon te maken hebben meestal veel e. coli bacteriën. Dit komt omdat deze bacteriën, maar ook andere, veel in het bezinksel gaat zitten. Er mag maximaal 10 mg/L aan e.coli stammen in het water zitten om het als goed te bestempelen.

Het kiemgetal is vooral een indicatie voor de algehele hygiëne in de stal. Het kiemgetal geeft namelijk ook de niet schadelijke bacteriën weer, maar alle micro-organismen. Zodra het kiemgetal hoger wordt, is ook de kans op schadelijke bacteriën hoger. Vandaar dat er wel een streefwaarde voor bepaald wordt: 10.000 kve/mL. Hoe lager het kiemgetal, hoe hygiënischer de stal. Bij een verhoogd kiemgetal, zal meestal ook een verhoogd ammonium te zien zijn, met uitzondering van veengebieden. Water uit veengronden bevat namelijk van nature veel ammonium. Een verhoogd ammoniumgehalte kan leiden tot opname van schadelijke bacteriën. Buiten dit wordt ammonium afgebroken in de lever, het kost de koe dus onnodige energie om het overtollig ammonium af te breken. Ammonium tot 2,0 mg/L wordt gezien als goed.

Een verhoogd nitrietgehalte is een stuk schadelijker. Dit kan namelijk leiden tot bloeddrukverlaging, nier-schade en een slechtere weerbaarheid. Een oorzaak van veel nitriet kan ook een slecht afgestelde ontijzeringsinstallatie zijn. Een gehalte tot 0,1 mg/L is goed, vanaf 1,0 mg/L is afwijkend.

Ook een verhoogd natriumgehalte kan zorgen voor nier-schade, alsmede schade aan de hersenen. Natrium is verder het zoutgehalte van het water, wat een precies streefwaarde lastig maakt. Hoogproductieve dieren hebben namelijk meer zout nodig dan droogstaande of jongvee. Ook milieufactoren als temperatuur zijn van invloed. Desondanks is de norm voor goed drinkwater gesteld op 800 mg/L, maar het feit dat het natrium gehalte pas afwijkend is vanaf 1500 mg/L laat al zien dat de behoefte verschillend is.

De hoeveelheden waarbij mangaan in drinkwater voorkomt is doorgaans prima te drinken voor koeien. Het probleem bij mangaan zit eerder in de leidingen; denk hierbij aan biofilm in tyleenleidingen. Bij biofilm zetten mineralen zich af tegen de leidingen. Deze aantasting kan zorgen voor bacterie-, gist- en schimmelgroei in de leidingen (en hierdoor dus een verhoogd kiemgetal).

Hardheid, pH en ijzer zorgen voornamelijk voor de smakelijkheid van het water. Schommelende pH en hardheid zorgen ervoor dat het water minder smakelijk wordt, waardoor er dus minder gedronken wordt. Hardheid heeft te maken met calcium en magnesium; een te lage hardheid kan er wel voor zorgen dat de koe te weinig van deze elementen binnen krijgt. Ook het werken met een ontharder kan hiervoor zorgen. Deze kunnen echter ook ander mineralen uit het water filteren. IJzer tekort in de koe kan zorgen voor diarree en een verminderde opname van andere elementen (koper en zink). Verder kan ijzer zorgen voor roest en aanslag in de leidingen.

Voor ijzer in goed water geldt een max van 0,5 mg/L. Voor de optimum in pH en hardheid moet het water, respectievelijk, van 5 tot 8 en van 4 tot 15 zitten.

Cijfers in de praktijk

Vanuit de cijfers die afgelopen jaar bij Eurofins Agro binnen zijn gekomen valt vooral op dat de waterbakken veel vuiler zijn dan de bron. Zo gaat het kiemgetal regelmatig met bijna 2500% omhoog, en stijgen het aantal coliforme bacteriën met ruim 850%. Dit valt te verklaren met het feit dat veel van deze bacteriën vanuit de mestspetters in het water een heel stuk viezer is dan wordt gedacht met alleen de bronanalyse.
Maar andere oorzaken kunnen ook de aangetaste leidingen zijn, zoals eerder vermeld kunnen de leidingen aangetast worden door mineralen. Dan kan de bak nog zo schoon zijn, het water zal dan bacteriën blijven bevatten. Het is dan ook raadzaam om de leidingen te controleren en de waterbakken goed schoon te houden.

Ook een te hoge hardheid wordt regelmatig gemeten, hoewel deze nog wel binnen de norm van afwijkend valt. Het valt op dat 15% van de ingestuurde waterbakmonsters een hardheid bevat van boven de 15. Dit zorgt voor onsmakelijk water en aantasting in de leidingen.

Wat te doen?

Een extra monster te nemen in de waterbak is wenselijk. Hiermee kan het verschil tussen de bron en de bak goed zichtbaar gemaakt worden. Eurofins Agro biedt de WaterCheck aan, die genomen kan worden in de waterbak. Mochten er problemen zijn in de leidingen zijn die via deze weg goed te vinden.
Hierbij is het slim om de drinkbak te testen die het verst van de bron afstaat. Hiermee wordt namelijk het gehele leidingwerk meegenomen.

Vaak zijn leidingen weggewerkt en kunnen ze onder de vloer doorlopen. Biofilm is een groot probleem bij vooral tyleenleidingen. Als uit het extra monster blijkt dat dit het geval is het slim om de leidingen goed door te spoelen. Dit kan eventueel gedaan worden door een half uur spoelen met 2 procent citroenzuur. Daarna even wachten en goed uitspoelen met veel water zodat het zuur verdwenen is. Schoonmaken met een bacteriedodend middel is geen optie bij runderen, dit verstoord de penswerking en zorgt voor nog meer problemen. Kijk voor een geschikt middel altijd naar de PT05-toelating.

Ook het oppervlaktewater is te onderzoeken bij Eurofins Agro, maar ook met het blote oog is er al veel te zien. Zo hebben doodlopende sloten veel meer bacteriën dan sloten die doorstromen. En zodra het water stinkt is het niet aan te raden de koeien ervan te laten drinken.