Voederbieten bezig met ‘comeback’

10 maart 2017 - Expertartikel

Voederbieten worden weer meer geteeld. Dat blijkt uit de cijfers van het CBS, en ook Eurofins Agro ziet dat terug in de aantallen voederwaardeanalyses. Het gewas wordt een ‘handje geholpen’ door de vergroeningseis, maar daar is niet alles mee gezegd: het is zeer geschikt als ‘derde gewas’.

De teelt van voederbieten zit weer in de lift na een jarenlange daling. Waar rond 1950 het areaal voederbieten nog ongeveer 70.000 hectare besloeg is dat tot 2013 gedaald naar 260 hectare. Sinds enkele jaren zit er echter weer groei in, zelfs met bijna een verdrievoudiging tot 710 hectare afgelopen jaar (2016). Ook het aantal bedrijven dat voederbieten verbouwt is toegenomen: van 250 (in 2014) tot 370 (2016). Een flinke sprong dus in twee jaar tijd. Dit heeft te maken met regelgeving. Sinds 2015 geldt er een vergroeningseis volgens het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de Europese Unie. Bedrijven met meer dan 30 hectare bouwland of tijdelijk grasland moeten een derde gewas telen. Voor veel bedrijven zijn voederbieten een zeer interessante optie.

VOEDERBIETEN IN NL Oppervlakte in ha. Aantal bedrijven
2000 890 950
2005 530 470
2010 340 340
2013 260 260
2014 280 250
2015 420 290
2016 710 370

De cijfers van het CBS laten zien dat zowel het areaal als het aantal bedrijven met voederbieten toeneemt.

De hernieuwde belangstelling is echter niet volledig op het conto van het GLB te schrijven. Dat stelt Robin Wolf, productmanager veehouderij bij Eurofins Agro. “Ook in het kader van de kringloop en bedrijfsefficiëncy zijn voederbieten vaak heel welkom. In de praktijk zien we ook ondernemers kiezen voor voederbieten, terwijl de vergroeningseis voor hen niet van toepassing is.”

De voordelen van voederbieten

Wat zijn dan de voordelen van voederbieten? We zetten ze voor u op een rij:

De aandachtspunten bij voederbieten

Aandachtspunten bij de teelt van voederbieten zijn er ook. Voederbieten zijn een minder gemakkelijke teelt dan bijvoorbeeld snijmaïs. Het grootste aandachtspunt van voederbieten is de oogst en bewaring.  Bieten moeten schoon gevoerd worden. Er mag dus niet teveel grond (tarra) mee komen. Dit is anders terug te vinden op de voederwaardeanalyse als ‘ruw as’. Te veel ruw as in ruwvoer vermindert de opname  van voer en werkt bijvoorbeeld negatief op de fosforefficiëntie bij melkvee. Om deze reden zijn veen en zware kleigrond ook minder geschikt voor de teelt van voederbieten.

 

Veel eerder dan snijmaïs hebben voederbieten last van nutriëntentekorten waardoor gebreksverschijnselen ontstaan. Grondonderzoek voorafgaand aan de teelt van voederbieten is dan ook een voorwaarde. Naast de hoofdelementen zijn borium en calcium ook belangrijke nutriënten voor het gewas. Denk vooral ook aan de pH! Per 0,1 ph verhoging stijgt de opbrengst met 1%. Dit klinkt misschien voorzichtig, maar kan in de praktijk dus een ton extra opbrengst opleveren per hectare.

Aaltjes

Voederbieten zijn gevoelig voor meerdere soorten aaltjes. Onder andere bietencystenaaltjes, wortelknobbelaaltjes, vrijlevende wortelaaltjes en stengelaaltjes kunnen schade veroorzaken. Met name bietencystenaaltjes kunnen tot grote verliezen leiden. Het wit bietencystenaaltje komt door heel Nederland voor. Het geel bietencystenaaltje komt alleen voor op de dal- en zandgronden. Het is belangrijk om te weten welke aaltjes er voorkomen op een perceel om de juiste maatregelen te kunnen nemen. Aaltjesonderzoek kan vanaf de oogst van het gewas tot het zaaien van de bieten worden uitgevoerd.

Naast aaltjes is het ook verstandig om rekening te houden met emelten en ritnaalden. Op pas gescheurd grasland kan dat extra schade veroorzaken.

Onkruidbestrijding is een aandachtspunt, zowel voor als na opkomst. Het duurt relatief lang voordat het gewas ‘gesloten’ is. Het gebruik van herbiciden in combinatie met schoffelen tussen de rijen werkt vaak goed.

Bewaring

Opslag en bewaring gebeurt in de praktijk op verschillende manieren. Ook  dit is een extra aandachtspunt bij voederbieten. Het heeft grote voordelen om voederbieten vers te voeren en dus niet in te kuilen. De hoge VEM-waarde van voederbieten wordt dan het beste benut.

Bij inkuilen  levert u  VEM-waarde in. In praktijk worden voederbieten veel ingekuild in combinatie met snijmais.  Er word in korte tijd een behoorlijk deel van de suikers omgezet in zuren.

Afweging maken

Volgens Robin Wolf is het per bedrijf verschillend of de teelt van voederbieten rendabel is. “Veehouders die de stap gemaakt hebben zijn vaak erg positief over de positieve eigenschappen die het heeft op de melkproductie en gezondheid van het vee.” Tegelijkertijd is de bewerkelijkheid van het gewas zeker iets om mee te wegen. Het is maar net de vraag of het past binnen het bedrijf. Aan de koeien zal het niet liggen, die vreten er graag van.”