Vrijwillig mestonderzoek steeds populairder

22 april 2014 - Expertartikel

Veehouders laten steeds vaker mest analyseren bij Eurofins Agro. In vergelijking met 2013 is het aantal mestmonsters voor uitgebreid onderzoek in dezelfde maanden met 84% procent toegenomen. Inmiddels laten 2000 melkveehouders op jaarbasis mest onderzoeken.

“Het past in een trend, maar dit jaar is de toename wel heel sterk”, zegt Gerard Abbink. Hij is productmanager bij Eurofins Agro. Mestonderzoek kan om diverse redenen worden uitgevoerd. Een groot deel van de mestmonsters wordt genomen vanwege wettelijke verplichtingen, bijvoorbeeld voor mesttransporten. De toename van 84% geldt voor de vrijwillige monsters: monsters die boeren laten nemen om te weten hoeveel nutriënten en mineralen de mest bevat, om hiermee hun bemestingsplan te maken.

Mineralenkringloop

“Steeds meer boeren vinden het belangrijk om de mineralenkringloop in beeld te hebben. Niet meer zomaar wat bemesten, op alle percelen hetzelfde. De ruimte om te bemesten neemt vanwege wetgeving af, en gehaltes Ruw Eiwit in de kuilen dalen. Hierdoor zien steeds meer ondernemers het belang van mestanalyse”, concludeert Gerard Abbink.

Voer- en bedrijfsefficiëntie

Vanuit verschillende advies- en mengvoerpartijen wordt er de laatste tijd meer aandacht aan het belang van mestonderzoek geschonken. Voorloper daarin is Hans Dirksen van Dirksen Management Support (DMS). Hij is een groot pleitbezorger van uitgebreid mestonderzoek en is daar al sinds 1997 mee bezig. “Veel veehouders weten ten eerste al niet hoevéél mest ze hebben. En als ze het wel weten, dan is vaak niet bekend wat erin zit. Daar doe je jezelf als ondernemer echt mee tekort, want het resultaat laat je voer- en bedrijfsefficiëntie zien.”

Handige mestpakketjes

Een representatief monster nemen moet vlak na het mixen van een put of opslag gebeuren. Daarom is het handig als boeren deze monsters zelf kunnen nemen. Hiervoor heeft Eurofins Agro sinds een jaar handige mestpakketjes. Met deze pakketjes kunnen ondernemers op eenvoudige wijze, op het moment dat het hen het  beste uitkomt, een mestmonster nemen en aanbieden voor analyse.

Samenstelling varieert

De gemiddelde samenstelling van mest is een onbetrouwbare richtlijn om de bemesting van grasland, maïsland en bouwland op te baseren. Gerard Abbink: “De samenstelling van mest varieert enorm per bedrijf. Wanneer een ondernemer uitgaat van gemiddelde gehaltes kan het nutriëntenaanbod verkeerd worden ingeschat. De kans dat dit negatieve gevolgen heeft voor de opbrengst en kwaliteit, is groot. Het is belangrijk voor een ondernemer om te weten wát hij precies bemest. Naast stikstof (N) en fosfaat (P) is bijvoorbeeld ook Kali (K) een belangrijk nutriënt in mest.”