Zomerkuilen 2016: laagste voederwaarde in jaren

2 september 2016 - Expertartikel

De gemiddelde voederwaarde van de zomerkuilen is dit jaar een stuk lager dan voorgaande jaren. De afgelopen jaren steeg het VEM-gehalte van de zomerkuilen telkens, dit jaar doet het gehalte een flinke stap terug.

“De zomerkuilen van 2016 hebben echt een ander karakter dan de zomerkuilen van de laatste jaren”, stelt Robin Wolf. Hij is productmanager veehouderij bij Eurofins Agro. “De laatste jaren waren we gewend aan zomerkuilen met steeds hogere VEM-gehaltes, nu is het beduidend lager.”

Met een VEM-gehalte van 870 vallen de kuilen gemiddeld een stuk lager uit dan de kuilen van vorig jaar met 905. Robin Wolf: “gelukkig hadden de voorjaarskuilen overwegend wel hoge VEM-gehalten; met 959 VEM gemiddeld zelfs een record. In de praktijk zullen de voorjaars- en zomerkuilen daardoor goed te combineren zijn. In het ruwvoermanagement van veel melkveehouders wordt echter ook gestuurd op zomerkuilen met een hoge voederwaarde. Netto kan het betekenen dat er in het rantsoen meer energie moet worden aangewend uit andere bronnen.”

Gras groeide snel

Het gras groeide dit jaar op veel plaatsen extreem snel. Robin Wolf: “kwantiteit betekent in de praktijk vaak minder kwaliteit. Minder inhoudsstoffen dus met als gevolg een lagere VEM-waarde. Hoewel juni en juli gemiddeld gezien somber en nat verliepen, waren de groeiomstandigheden voor het gras erg gunstig. De maaiomstandigheden echter niet. Robin Wolf: “Een bestendige periode met droog weer hebben we amper gehad in deze maanden. Daardoor hebben veel boeren niet in de meest ideale omstandigheden kunnen oogsten.” 

 

Hoewel juni redelijk warm was, was het wel een sombere maand met gemiddeld over het land 163 zonuren tegen 201 normaal, meldt het KNMI. Het zuiden was het somberst. Tegelijkertijd was juni erg nat. Er viel in grote delen van het land dagelijks regen,  soms in flinke hoeveelheden. De maandsom liep in het zuidoosten van Brabant en grote delen van Limburg zelfs op tot boven de 200 mm.Juli was een stuk droger, maar het eerste deel van de maand verliep wisselvallig met temperaturen die meestal beneden het langjarig gemiddelde lagen.

 

 

Nattere zomerkuilen

Het natte en grijze weer is terug te vinden in de droge stofpercentages van de zomerkuilen. Ook hier hebben we een laagterecord voor de afgelopen vijf jaar.” Robin Wolf is niet direct bezorgd over het lagere percentage droge stof. Een gemiddeld percentage van 44,5% is eigenlijk prima en zeker niet te nat. De gehaltes melkzuur en azijnzuur zijn daarbij aan de hoge kant, ook dat is niet ongunstig. Azijnzuur in de graskuil, in een goede verhouding met melkzuur, dringt broei namelijk terug en zorgt voor een prima conservering. Azijnzuur werkt pas als broeiremmer wanneer de pH laag genoeg is. Melkzuur zorgt voor die lage pH. Ook dat zien we terug in de gemiddelden.”

 

Minder suiker

Het suikergehalte is een stuk lager dan gemiddeld. Dat valt te relateren aan de hogere gehaltes melkzuur en azijnzuur. Suiker dient namelijk als brandstof tijdens de conservering en wordt omgezet in melkzuur en azijnzuur. Anders dan vaak gedacht, hoeft een laag suikergehalte niet automatisch te betekenen dat het kuilvoer minder smakelijk is voor de koeien. Melkzuur is namelijk een smakelijk zuur.

Bekijk hier alle gemiddelden van de zomerkuilen 2016.

 

 

Tabel 1: overzicht van de belangrijkste gemiddelden van de zomerkuilen 2016 t.o.v. 2015 en het 5-jarig gemiddelde.

 

 

 


Zomerkuilen
 
2016
2015
5-jarig gemiddelde


Droge stof (DS)
g/kg
445
514
491


VEM
kg/ds
870
905
885


DVE
g/kg ds
62
56
66


OEB
g/kg ds
32
36
35


Ruw eiwit
g/kg ds
138
155
149


RE-totaal
g/kg ds
151
166
161


NH3-fractie
%
8,2
6,9
7,5


pH
 
4,8
5,1
5,0


Melkzuur
g/kg ds
38
25
29


Azijnzuur
g/kg ds
14
10
11


Ruw as
g/kg ds
101
103
105


VCOS
%
74,4
76,8
75,8


Ruw vet
g/kg ds
39
41
38


Ruwe celstof
g/kg ds
269
252
258


Suiker
g/kg ds
77
100
92


NDF
g/kg ds
514
490
500


NDF-vert
%
68,7
70,9
70,3


ADF
g/kg ds
294
271
280


ADL
g/kg ds
24
21
22


P
g
3,6
3,8
3,8