Terug naar overzicht

Als u gaat beregenen, is het belangrijk om rekening te houden met de kwaliteit van het gebruikte water. In welke mate water geschikt is voor beregening, wordt sterk bepaald door het chloride- en het ijzergehalte. Te veel chloor in het water is schadelijk; de mate waarin is afhankelijk van het gewas. 

Als er wordt beregend met ijzerhoudend water, zoals bronwater, kan het ijzer (Fe2+) reageren met zuurstof tot een geoxideerde vorm, een bruine neerslag, en dat resulteert in verbranding van het blad. Bij een ijzergehalte lager dan 10 mg/l Fe is de schade klein. Als er gebruik wordt gemaakt van oppervlaktewater is het risico op bruine neerslag en bladverbranding gering.

Naast het chloor- en ijzergehalte speelt ook de hardheid van water een rol, met andere woorden de hoeveelheid calcium en magnesium bevat het water. Water dat ‘te hard’ is veroorzaakt verstoppingen in de leidingen.

Tot slot is het voor een aantal vollegrondsgroentengewassen verplicht om beregeningswater op E. coli te laten onderzoeken. Dit is het geval als het gewas onder Global GAP valt. De bacterie E. coli wordt door Global GAP gehanteerd als indicator voor microbiële waterkwaliteit.

Voor het onderzoek van beregeningswater zijn er twee mogelijkheden:

Onderzoek oppervlaktewater (pakket 610)

parameters: pH, EC, NH₄, K, Na, Ca, Mg, NO₃, Cl, S, HCO₃, P, Fe, Mn, Zn, B, Cu, Mo, Si + Totale en tijdelijke hardheid

Onderzoek bron-/grondwater (pakket 612)

zelfde parameters als in onderzoek oppervlaktewater plus Fe-totaal

Naam Datum Bestand
Voorbeeldverslag BeregeningswaterCheck Akkerbouw 28-05-2020