Hoe bepalen we kalium in de bodem?

8 mei 2021 - Akkerbouw - Veehouderij

Kalium is op verschillende manieren in de bodem aanwezig; namelijk direct beschikbaar en als voorraad. Het oplosmiddel waarmee de grond uit het monster wordt geschud, bepaalt welke fractie kalium wordt gemeten. Om een advies over kalium te kunnen geven, bepalen we in het grondonderzoek bovendien het kleihumuscomplex en de pH.

Voor de bepaling van de plantbeschikbare van kalium in de bodem wordt gebruik gemaakt van 0,01 M calciumchloride-extractie. Voor de bepaling van de bodemvoorraad gebruiken we 0,0166 M hexamine-cobalt trichloride (Cohex).

Nadat de kalium in het grondmonster zo is geëxtraheerd, wordt de hoeveelheid kalium gemeten.

Kleihumuscomplex

Naast de bepaling van de hoeveelheid plantbeschikbaar en bodemvoorraad kalium wordt in het grondonderzoek ook de grootte van het kleihumuscomplex gemeten, of wel de CEC.

Het kleihumuscomplex is de effectieve capaciteit van een bodem om de kationen zoals kalium te binden en uit te wisselen met de bodemoplossing. De kleiplaatjes en de organische stof van een grond zijn negatief geladen en kunnen de positief geladen kationen binden en uitwisselen.

Van der Paauw*) gaf in 1936 al aan dat de ene organische stof (of humus) in een bodem niet gelijk is aan een andere bodem, vooral met betrekking tot de potentiële bindingscapaciteit ervan. In de huidige grondanalyse wordt de bindingscapaciteit van de bodem gemeten via het kleihumuscomplex.

Naast kalium worden ook andere kationen in hetzelfde extractiemiddel gemeten. Zo is de onderlinge competitie van kationen op verschillende niveaus in de bodem bekend.

pH

Via de bepaling van de zuurgraad (de pH) van de bodem wordt ook het effect van waterstofionen, H+, meegenomen in de analyse van de bodem. H+-ionen kunnen namelijk concurreren met K+ aan het kleihumuscomplex. Hoe lager de pH (hoe zuurder de grond), hoe meer H+ er aanwezig is. Het gevolg is dat kalium in de bodemoplossing komt en gemakkelijk kan uitspoelen.

Door de combinatie van de bepaling van de kationen in twee extractiemethoden, de bepaling van het kleihumuscomplex en van de pH wordt het gedrag van kalium in de bodem nauwkeurig in kaart gebracht.

*) Van der Paauw, F., 1936. Het kalivraagstuk op de zand- en dalgronden. Rijkslandbouwproefstation Groningen.