De ene groenbemester is de andere niet

9 september 2020 - Akkerbouw

Groenbemesters kunnen een goede bijdrage leveren aan het watervasthoudend vermogen en de structuur van de bodem. Gewasresten van een groenbemester met veel koolstof en weinig stikstof zijn langer in de bodem aanwezig dan stikstofrijke gewasresten. De hoeveelheid effectieve organische stof (EOS) die een groenbemester achter laat op het perceel is daarbij maatgevend.

Groenbemesters bieden meer voordelen dan alleen het vergroten van het watervasthoudend vermogen. De voordelen betreffen zowel de chemische en fysische bodemvruchbaarheid als de biologische bodemgezondheid:

Effectieve organische stof

Het effectief verhogen van het organische stofgehalte met een groenbemester lukt het beste met een gewas met een lage afbraaksnelheid en een hoge koolstof-stikstofverhouding (C/N-verhouding). Het gehalte effectieve organische stof (EOS) bepaalt daarbij hoe lang de positieve effecten op watervasthoudend vermogen en bodemstructuur merkbaar zullen zijn.

Effectieve organische stof (EOS) is het deel van de organische stof dat een jaar na het toedienen van gewasresten, mest of compost nog over is in de bodem. Organische stof bestaat uit zowel een dynamische (labiele) als een stabiele fractie.  Hoe dynamisch of hoe stabiel de organische stof is, hangt samen met de verhouding tussen de verschillende elementen daarin.   

Keuze groenbemester en EOS

De afbraaksnelheid van groenbemesters in de bodem en de bijdrage aan de EOS, wordt weergegeven door de humificatie-coëfficiënt (HC). Bij een HC van 0,7 wordt 70% van de organische stof binnen een jaar afgebroken en blijft er dus 30% over als effectieve organische stof. De ene groenbemester is dus meer geschikt voor het verhogen van de stabiele organische stof dan de ander.

In tabel 1 staat de bijdrage aan de EOS van de meest gebruikte groenbemesters. Als uit het grondonderzoek blijkt dat de organische stof balans aan de dynamische kant ligt, is het een groenbemester met een lage HC en een hoge EOS de moeite waard.

Tabel 1: Bijdrage groenbemesters aan de EOS in de bodem. Bron: Masterplan Mineralenmanagement

Groenbemester
(in de stoppel gezaaid)
EOS
(kg/ha)
N-levering
(kg/ha)
Bladkool 840 30
Bladrammenas 850 30
Gele mosterd 850 30
Hoppenrupsklaver 790 60
Japanse haver (Avena strigosa) 850 30
Klaver, rode (onder dekvrucht) 1165 60
Klaver, witte (onder dekvrucht) 850 60
Kunstweide (najaarsgras) 450 30
Phacelia 850 30
Raaigras, Engels (in stoppel) 980 30
Raaigras, Engels (onder dekvrucht) 1155 30
Raaigras, Italiaans (in stoppel) 1080 30
Raaigras, Italiaans (onder dekvrucht) 1255 30
Stoppelknol 830 30
Tagetes 865 30
Teunisbloem 700 60
Wikken 645 30
Winterrogge 850 30
Zomerkoolzaad 770 30


Organische stof bestaat uit met name koolstof (C), stikstof (N), fosfor (P) en zwavel (S).  Dynamische organische stof bevat relatief veel N en S en wordt gemakkelijk afgebroken door het bodemleven. Hierbij worden nutriënten gemineraliseerd die beschikbaar komen voor het gewas. Stabiele organische stof bevat relatief veel C en wordt minder snel afgebroken door het bodemleven.

Organische stof kwaliteit

Zowel de dynamische als de stabiele organische stof dragen dus bij aan de bodemvruchtbaarheid. Dynamische organische stof vergroot de  chemische bodemvruchtbaarheid en is voedsel voor bacteriën; stabiele organische stof vergroot de fysische bodemvruchtbaarheid en is voedsel voor bodemschimmels. 
 Op het verslag van BemestingsWijzer staat de organische stof kwaliteit van de bemonsterde grond (zie figuur 1).

Figuur 1: BemestingsWijzer toont aan dat de organische stof in de bodem in evenwicht is. Bron:  BemestingsWijzer Eurofins Agro 

Grondonderzoek geeft inzicht in de kwaliteit van de organische stof in de bodem. Op basis daarvan kan de keuze voor de ene of de andere groenbemester worden gemaakt.

Bestel BemestingsWijzer