Herken aaltjes in de bollenteelt op tijd

15 juni 2020 - Akkerbouw

Aaltjes kunnen in de bollenteelt veel schade aanrichten, maar deze schade wordt niet altijd (juist) herkend. Een goed beheersplan is alleen mogelijk als bekend is welke aaltjes aanwezig zijn en als de aaltjes vroegtijdig worden opgespoord. Met aaltjesonderzoek worden de schadelijke aaltjes aangetoond en op soort gebracht. 

Eurofins Agro zet de belangrijkste aaltjes in de bollenteelt op een rij:

Wortelknobbelaaltjes

Wortelknobbelaaltjes (Meloidogyne spp.) kunnen knobbels en verdikkingen veroorzaken aan de wortels. De symptomen zijn vaak moeilijk waar te nemen.

Het graswortelknobbelaaltje M. naasi kan bij hoge aantallen groeiremming veroorzaken in tulp. Het aaltje kan zich echter niet vermeerderen. Wanneer tulpen geteeld worden op gescheurd grasland is er een extra risico dat M. naasi in hoge aantallen voorkomt.

Meloidogyne chitwoodi en M. fallax kunnen zicht sterk vermeerderen en schade aanrichten aan dahlia en gladiool. Er zijn rasverschillen. Deze aaltjes zijn quarantaine-organismen en besmette partijen mogen daarom niet in het handelsverkeer worden gebracht. Het is belangrijk om voorafgaand aan de teelt van dahlia en gladiool grondonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van aaltjes.

Wortellesieaaltjes

Het wortellesieaaltje Pratylenchus penetrans kan aan een groot aantal bollen schade veroorzaken. Op de wortels van aangetaste planten komen smalle, langwerpige, gelige tot lichtbruine vlekjes voor. In een later stadium worden de wortels rot door secundaire aantasting van bijvoorbeeld Pythium en sterven ze af. Bollen die gevoelig zijn voor schade van P. penetrans zijn onder andere dahlia, gladiool, lelie, tulp, hyacint, iris, krokus en narcis.

Destructoraaltjes

Het destructoraaltje (Ditylenchus destructor) kan schade veroorzaken in onder andere krokus, iris en tulp. In krokus en iris zijn vaak geen bovengrondse symptomen zien, maar wordt de schade pas zichtbaar tijdens het rooien of de bewaring. De bollen kunnen een ingezonken wortelkrans hebben met bruine verkleuringen of strepen. Verkurking van het aangetaste weefsel kan optreden en overgaan in droogrot.

Bij aantal hardschalige tulpsoorten kan er al wel schade zichtbaar zijn tijdens de teelt. In het veld komen aangetaste bollen niet op of ze vormen een zwakke plant met lichtgroen blad, een fletse bloemkleur of voortijdig verwelkte bloemen.

Stengelaaltje

Het stengelaaltje (Ditylenchus dipsaci) is van alle aaltjessoorten die bloembollen aantasten de meest schadelijke. Schade kan worden veroorzaakt in onder andere tulp, allium, hyacint, krokus en narcis. Op de bovengrondse delen kunnen opgezwollen vlekjes (spikkels) ontstaan en resulteren in een gedraaide groei of misvormingen. Aangetaste bollen verdrogen vaak tijdens de bewaring en worden meestal secundair aangetast door Penicillium en mijten. Wanneer er tijdens een keuring stengelaaltjes worden gevonden in een partij legt de BKD in opdracht van de NVWA beperkende maatregelen op.

Bladaaltjes

De bladaaltjes Aphelenchoides fragariae en A. ritzemabosi kunnen met name schade veroorzaken in lelie. Het krokusknolaaltje A. subtenuis kan problemen geven in onder andere hardschalige tulp, allium, krokus en narcis. Er zijn rasverschillen. De symptomen verschillen per soort bladaaltje en bolsoort, maar kunnen in de praktijk verward worden met het schadebeeld van destructor- en stengelaaltjes. Wanneer een kweker bladaaltjes wilt meenemen in het aaltjesonderzoek, kan het volledige pakket “DNA+microscopie vrijlevende aaltjes” worden aangevraagd. In dit onderzoek worden de bladaaltjes microscopisch geteld en indien nodig met een extra DNA test op soort gebracht.

Betrouwbaar aaltjesonderzoek

Naast stengelaaltjes kunnen meerdere aaltjes problemen veroorzaken in de bollenteelt. Het juiste aaltjesonderzoek geeft u een betroouwbaarbeeld van  uw teelt.

Grondbemonstering van (huur)percelen kan plaatsvinden voor en na de teelt van bloembollen. Voor het planten kunnen percelen preventief worden onderzocht om te kijken of het perceel vrij is van schadelijke aaltjes. Na het rooien van de bollen kan worden gekeken of de partijen een besmetting van bijvoorbeeld stengelaaltjes hebben achtergelaten. Als het vervolgens nodig blijkt, kunnen er tijdig maatregelen worden genomen. Denk daarbij aan het geven van een warmwaterbehandeling of inundatie van het perceel.

Er zijn verschillende pakketten:

ZeefgrondCheck geeft u meer inzicht in eventuele besmettingen van stengelaaltjes op partijniveau. Neem na het rooien één of meerdere monsters per partij van de zeefgrond die vrijkomt tijdens het sorteren van de bollen. Doordat de aanhangende grond van bollen wordt onderzocht, geeft het onderzoek een goed beeld van een mogelijke stengelaaltjesbesmetting per partij.

Bij het aaltjesonderzoek in zowel de grond als zeefgrond past Eurofins Agro een DNA-analyse toe. Dit is een zeer betrouwbare methode; zelfs als er maar één aaltje in het monster zit, dan is dat nog vast te stellen. Grondonderzoek en ZeefgrondCheck geven zo meer inzicht in de situatie op uw bedrijf. Het preventief bemonsteren en het inbouwen van extra controlemomenten zijn een essentieel onderdeel van een integraal beheerssysteem om de aaltjesproblematiek tegen te gaan.

Meer weten?

Neem contact op met klantenservice.agro@eurofins.com of bel 088 876 1010

Bestel