Ronald van Hal: "Slim bemesten begint met een datagericht plan"
24 april 2026
Mest heeft de afgelopen jaren een enorme betekenisverschuiving doorgemaakt. Waar het vroeger vooral werd gezien als een normale organische meststof, wordt het nu steeds meer erkend als een waardevolle bouwsteen om de bodemconditie en ruwvoervoorziening op peil te houden. Ronald van Hal, innovatiemanager ruwvoer bij ForFarmers, ziet deze verandering dagelijks terug in de gesprekken met veehouders en benadrukt het belang ervan.
Dit deed hij ook onlangs, tijdens de regiobijeenkomsten die ForFarmers in het land organiseert. Ook daar werd duidelijk dat veehouders anno 2026 heel anders aankijken tegen mest dan weleer. Van Hal: “In 2023 wezen we al op het wegvallen van derogatie. We vertelden dat de waarde van eigen mest daardoor nóg belangrijker zou worden. Toen zaten veehouders nog ontspannen achterover. Nu, drie jaar later, is dat totaal anders. Wanneer we het nu over mest en bemesting hebben, zitten veehouders op het puntje van hun stoel. Ze willen weten hoe ze hun eigen mest efficiënter kunnen inzetten met minimale verliezen richting een maximale gewasopbrengst.”
Een nieuwe manier van kijken: van mestgift naar meststrategie
Modern bemesten begint met het berekenen van de nutriëntenbehoefte op basis van het oogstdoel. Vervolgens bepaal je welk deel uit dierlijke mest komt en welk tekort moet worden aangevuld met mineralen meststoffen. Dat vraagt om een andere manier van denken dan de voorheen. Veel veehouders zijn gewend om uit te gaan van standaardgiften en gemiddelde gehalten, maar die tijd is voorbij, meent Van Hal. “Als je krap bij kas zit en boodschappen moet kopen, besteed je elke euro kritisch. Zo werkt het ook met mest: de plaatsingsruimte is minder en dus heeft de veehouder minder mest te verdelen per hectare dus je moet precies weten welke gehalten en welke waarde je in handen hebt. Pas dan kun je de bemesting efficiënt inzetten en je opbrengstdoelen halen."
Het beeld is duidelijk: wie de echte mestgehalten kent, krijgt veel meer controle. Ondernemers die alleen op gemiddelden vertrouwen, kunnen ongemerkt tientallen kilo’s stikstof misrekenen. Dat betekent óf opbrengstverlies, óf te veel mest op het land. Uit Eurofins‑data blijkt dat drijfmest gemiddeld 3,4 kg stikstof per m³ bevat (2025), en dus geen standaard 4 kg zoals vaak wordt aangenomen. Die variatie heeft direct invloed op de werkelijke hoeveelheid stikstof die wordt uitgereden. Om te begrijpen wat deze verschillen betekenen voor de bemestingsruimte op het land, is het belangrijk om de geldende normen in beeld te hebben
Meten is weten: de impact van werkzame stikstof
Onderstaande tabel laat zien hoeveel stikstof (N-totaal) in 2026 per hectare grasland gebruikt mag worden, zowel bij maaien als bij maaien/weiden. Op zandgrond is de norm voor maaien 320 kg stikstof per hectare en voor weiden 250 kg. In NV-gebieden ligt deze norm 20% lager: 256 kg voor maaien en 200 kg voor weiden.
De basis blijft dat er maximaal 170 kg stikstof uit dierlijke mest per hectare gegeven mag worden. Bij alleen maaien wordt gerekend met een werkingscoëfficiënt van 60%. Op bedrijven die maaien én weiden is dit 45%.
Door de lagere normen is een goed bemestingsplan belangrijker dan ooit om opbrengst en ruw eiwit op peil te houden. Een slim bouwplan, een doordachte verdeling van de beschikbare stikstof en het benutten van nalevering uit de bodem en stikstofbinding uit de lucht maken een goede ruwvoeropbrengst nog steeds mogelijk.
Daarvoor is het essentieel om te weten wat er in de mest en in de bodem zit. Veel veehouders hebben de afgelopen jaren al geïnvesteerd in mest-, bodem- en gewasanalyses. Deze data kunnen nu optimaal worden benut door ze te verwerken in een datagedreven bemestingsadvies.
Netjes werken loont
Maar niet alleen de samenstelling van mest in de put telt; ook de manier van uitrijden bepaalt hoeveel stikstof het gewas werkelijk bereikt. Tijdens stal, opslag en vooral het uitrijden kan stikstof verloren gaan. "Juist in die laatste fase ligt de grootste winst", weet Van Hal. "Onnauwkeurig werken kan leiden tot 12–15% ammoniakverlies, terwijl zorgvuldig werken dit beperkt tot ongeveer 5%. Dat verschil bepaalt of stikstof vervluchtigt of beschikbaar blijft voor het gewas. Betere benutting van stikstof resulteert in extra droge stof per hectare en dus een hogere voederwinning. Volgens berekeningen levert dat verschil zo’n €40 per hectare op puur door nauwkeuriger te werken met dezelfde mest. Je hoeft niet anders te bemesten, je moet vooral preciezer uitvoeren.”
Vooruitdenken: bemesten vanuit het oogstdoel is de nieuwe realiteit
Hoewel inzicht in mestkwaliteit en netjes werken belangrijke stappen zijn, ligt de ware kracht van modern bemesten in vooruitdenken. Van Hal: “Bemest voor wat je wilt oogsten, en oogst voor wat je hebt bemest. Als je wil dat een perceel grasland 11 ton droge stof met 165 gram ruw eiwit moet opleveren, dan onttrek dit ongeveer 288 kg stikstof per hectare. Wanneer duidelijk is hoeveel werkzame stikstof uit mest komt, kan precies worden berekend hoeveel minerale meststoffen nog nodig zijn om dit oogstdoel te halen. Dat geeft niet alleen grip op de bemesting, maar óók op de opbrengst en kwaliteit.”
Veel veehouders kennen de theorie achter een goed bemestingsplan, maar de praktische uitvoering blijkt vaak lastig. Volgens Van Hal is daarin echter een duidelijke omslag zichtbaar. “Met gericht advies en ons programma Optiplant ondersteunen we melkveehouders bij het optimaal benutten van dierlijke mest en kunstmest, binnen zowel wettelijke als bedrijfsspecifieke kaders. Dit vormt de basis voor een onderbouwd bemestingsplan dat stuurt op maximale ruwvoeropbrengst en kwaliteit, zonder de stikstofregels te overschrijden.”
Wat succesvolle bedrijven anders doen
Bij bedrijven die jaar na jaar hoog scoren in ruwvoerkwaliteit, ziet Van Hal een consistent patroon. “Bedrijven die hun mest goed kennen, de bemesting per snede plannen en tijdens het seizoen bijsturen, halen meer uit hun hectares. Dit soort ondernemers realiseert niet alleen een hoger rendement per hectare, maar vaak ook een lagere CO₂‑footprint per kilo melk. De stikstofruimte én de bodem worden efficiënter benut. Het zijn veehouders die het volledige ruwvoerplaatje doordenken, precies weten welke waarde zij in handen hebben en die optimaal benutten”, aldus Van Hal.
Eurofins biedt uitgebreid mestonderzoek dat inzicht geeft in de werkelijke gehalten van stikstof, fosfaat, kali en andere belangrijke nutriënten. Daarmee leggen veehouders de basis voor een precisiebemesting die aansluit bij hun eigen bedrijf en bij de eisen van deze tijd.
Wil je meer weten over mestonderzoek? Kijk op onze website of neem contact op met onze klantenservice via mest@ftbnl.eurofins.com