Dalende zwaveldepositie: wat betekent dat voor uw teelt?
17 maart 2026 - BodemCheck
Door de sterke daling van de zwaveldepositie in Nederland kan de beschikbaarheid van zwavel voor akkerbouwgewassen onder druk komen te staan. Zwavel is essentieel voor eiwitvorming, een efficiënte stikstofbenutting en bij tarwe zelfs voor de bakkwaliteit. Maar levert de bodem nog genoeg zwavel gedurende het seizoen? In dit artikel legt dr. Petra van Vliet (Senior Product Specialist bij Eurofins) uit hoe de depositie is veranderd en waarom gericht meten en sturen steeds belangrijker wordt voor een optimale teelt.
De depositie van zwaveldioxide kan verzurend werken. Daardoor worden water en bodem zuurder en daalt de pH. Dat was in het verleden een groter probleem dan nu: vergeleken met 1990 is de zwaveldepositie in Nederland namelijk bijna 91% lager (zie figuur 1). Die sterke afname is vooral te danken aan de omschakeling van kolen en olie naar gas bij raffinaderijen en energiecentrales, en aan maatregelen zoals rookgasontzwaveling.
Figuur 1: de afnemende zwaveldepositie in de tijd uitgedrukt in kg S/ha/jaar (bron RIVM 2025)
Hoewel de totale depositie flink is gedaald, blijven regionale verschillen groot. In het noorden van het land wordt een depositie van minder dan <2 kg S/ha per jaar gemeten, terwijl rondom Rotterdam en IJmuiden de hoogste waarden voorkomen: meer dan 10 kg S/ha/jaar tot maximaal 15 kg S/ha/jaar (data RIVM 2023). Voor telers betekent dit dat de uitgangssituatie per perceel sterk kan verschillen.
Belang van zwavel voor gewassen
Zwavel is een essentieel onderdeel van de eiwitvorming en daarmee belangrijk voor de groei van alle gewassen. Bij voldoende zwavel verloopt de stikstofbenutting beter en worden lagere nitraatgehaltes gevonden. Nu de zwaveldepositie de laatste jaren flink is afgenomen, komt de zwavelaanvoer vooral uit mineralisatie van organische stof. Daarnaast dragen kleinere posten bij, zoals depositie (neerslag vanuit de lucht), capillaire opstijging uit de bodem, beregening met zwavelrijk water en dierlijke mest. Uitspoeling vormt een afvoerpost.
Niet elk gewas heeft dezelfde behoefte. Tarwe is daarvan een goed voorbeeld: zwavel is daar van belang voor een goede bakkwaliteit. Het zwavel leverend vermogen (SLV) op de analyse geeft aan hoeveel zwavel gedurende het seizoen vrijkomt via mineralisatie. Dat proces komt pas goed op gang wanneer de bodem is opgewarmd en het bodemleven actief wordt. Gewassen met een hoge zwavelbehoefte op gronden met weinig beschikbaar zwavel hebben daarom in het voorjaar vaak een kleine S-gift nodig om vlot te starten.
Het SLV wordt weergegeven in verschillende pakketten, zoals het Beperkt pakket, de BemestingsWijzer en de BodemGezondheidsIndicator. Wie gedurende het seizoen wil weten hoeveel zwavel daadwerkelijk beschikbaar is, kan het best kiezen voor de BodemCheck. Daarbij ontvangt u indien nodig ook een bemestingsadvies voor extra zwavel.
In de onderstaande kaart is per gebied af te leiden hoe de depositie zich regionaal onderscheidt.
Figuur 2: Zwaveldepositie in Nederland in 2023 (data RIVM)