Dalende zwaveldepositie: hoe staat uw grasland ervoor?

Dalende zwaveldepositie: hoe staat uw grasland ervoor?

22 april 2026 - VersgrasCheck

Door de sterke daling van de zwaveldepositie in Nederland kan de beschikbaarheid van zwavel voor gewassen onder druk komen te staan. Zwavel is essentieel voor de eiwitvorming en een efficiënte stikstofbenutting en dat zijn factoren die direct samenhangen met de kwaliteit van ruwvoer. De vraag is daarom: levert de bodem gedurende het seizoen nog wel genoeg zwavel? In dit artikel legt Petra van Vliet (Senior Product Specialist bij Eurofins) uit hoe de depositie is veranderd en waarom gericht meten en sturen steeds belangrijker wordt voor een optimale groei en voederwaarde.

De depositie van zwaveldioxide kan verzurend werken. Daardoor worden water en bodem zuurder en daalt de pH. Dat was in het verleden een groter probleem dan nu: vergeleken met 1990 is de zwaveldepositie in Nederland namelijk bijna 91% lager (zie figuur 1). Die sterke afname is vooral te danken aan de omschakeling van kolen en olie naar gas bij raffinaderijen en energiecentrales, en aan maatregelen zoals rookgasontzwaveling.

Afbeelding met tekst, schermopname, Perceel, lijn

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Figuur 1: de afnemende zwaveldepositie in de tijd uitgedrukt in kg S/ha/jaar (bron RIVM 2025)

Hoewel de totale depositie flink is gedaald, blijven regionale verschillen groot. In het noorden van het land wordt een depositie van minder dan <2 kg S/ha per jaar gemeten, terwijl rondom Rotterdam en IJmuiden de hoogste waarden voorkomen: meer dan 10 kg S/ha/jaar tot maximaal 15 kg S/ha/jaar (data RIVM 2023). Voor veehouders betekent dit dat de uitgangssituatie per perceel sterk kan verschillen, en daarmee ook de behoefte aan aanvullende zwavelbemesting.

Belang van zwavel voor gras en andere gewassen

Zwavel is een essentieel onderdeel van de eiwitvorming en daarmee belangrijk voor de groei van alle gewassen, inclusief grasland. Bij voldoende zwavel verloopt de stikstofbenutting beter en worden lagere nitraatgehaltes gevonden en dat is een direct voordeel voor zowel opbrengst als ruwvoerkwaliteit.

Nu de zwaveldepositie de laatste jaren flink is afgenomen, komt de zwavelaanvoer vooral uit mineralisatie van organische stof. Daarnaast dragen kleinere posten bij, zoals depositie (neerslag vanuit de lucht), capillaire opstijging uit de bodem, beregening met zwavelrijk water en dierlijke mest. Uitspoeling vormt een afvoerpost.

Door uitspoeling en/of een laag organische stofgehalte kan de hoeveelheid beschikbaar zwavel beperkt zijn. Het zwavel leverend vermogen (SLV) op de analyse geeft aan hoeveel zwavel gedurende het seizoen vrijkomt via mineralisatie. Dit proces komt pas goed op gang wanneer de bodem is opgewarmd en het bodemleven actief wordt. Hierdoor hebben gewassen in het voorjaar vaak baat bij een kleine S-gift om vlot te kunnen starten.

Het SLV wordt weergegeven in verschillende pakketten, zoals het Beperkt pakket, de BemestingsWijzer en de BodemGezondheidsIndicator. Wie gedurende het seizoen wil weten hoeveel zwavel daadwerkelijk beschikbaar is, kan het beste kiezen voor de BodemCheck. Daarbij ontvangt u indien nodig ook een bemestingsadvies voor extra zwavel.

In de onderstaande kaart is per gebied af te leiden hoe de depositie zich regionaal onderscheidt.

Figuur 2: Zwaveldepositie in Nederland in 2023 (data RIVM)