Waar gevoel en data samenkomen: agronoom én akkerbouwer Wiebren Veen werkt dagelijks aan optimaliseren van aardappelteelt
18 maart 2026
Gedurende de week wisselt hij nog wel eens van pet. Op een willekeurige dag stapt Wiebren Veen (27) in Dronten bij Aviko als agronoom in de auto, om vervolgens in Steenwijk uit te stappen en zijn laarzen stevig in de blubber van het erf van zijn eigen akkerbouwbedrijf te planten. Waar hij níet in wisselt, is zijn toewijding: waar Veen ook aan het werk is, werkt hij aan de optimalisatie van de gewassen. Een gesprek met Veen over het familiebedrijf, studiegroepen, doelsturing en de Bijmestmonitor.
Onder de rook van Steenwijk bestiert Wiebren Veen samen met zijn vader een akkerbouwbedrijf dat al sinds 1925 bestaat. Zijn overgroot opa werkte eerst als turfsteker, maar toen dat werk wegviel, begon hij in de veehouderij. Vervolgens schakelde zijn opa langzamerhand over naar akkerbouw. Inmiddels staat de vierde generatie aan het roer en bestaat de boerderij een eeuw. Innovatie en flexibiliteit blijken al die tijd in de familie verankerd. Een eigenschap die in een onzekere en dynamische sector deze tijd goed van pas komt.
Van techniek naar teelt
Vier jaar geleden studeerde Veen af aan de Agrarische Hogeschool, richting akkerbouw. Dat was niet zijn eerste keuze: werktuigbouwkunde trok hem meer, tot dat hij merkte dat hij toch wel heel veel achter de computer staat. “Liever werk ik met techniek dat ik het ontwerp. In de akkerbouw komen gewas, techniek, economie en bedrijfsvoering samen en dat sprak mij meer aan”, memoreert Veen.
Keuzes maken doen we al honderd jaar. Toen was het
vooral op basis van gevoel. Nu is het op gevoel en data.”
Terwijl hij op het thuisbedrijf zijn vader steeds meer ging ondersteunen, ging hij na zijn studie aan de slag bij Aviko, waar hij werkt als Agronoom. “In deze rol ben ik verantwoordelijk voor het onderzoek van nieuwe rassen, het introduceren van nieuwe rassen en begeleiden van studiegroepen.
Vooroplopen aan de hand van de BijmestMonitor
Het doel van Aviko voor het werken met studiegroepen is vooral leren over de optimalisatie van de aardappelteelt en hoe dit te bereiken. Vanuit deze doelstelling kwam Veen in aanraking met de BijmestMonitor van Eurofins. “De BijmestMonitor speelt inderdaad een hele belangrijke rol bij het realiseren van succesvolle teelt máár altijd in combinatie met de kennis die er bestaat van het desbetreffende perceel. Het is eigenlijk boerenverstand 2.0.”
Veen doelt op het uitgangspunt dat klakkeloos overnemen van advies niet wenselijk is. De interpretatie van de akkerbouwer blijft essentieel. Hij legt uit. “Van aardappelen weten we dat ongeveer vijf weken na opkomst de piek in stikstofbehoefte ligt. In die fase is een juiste hoeveelheid stikstof bepalend voor opbrengst en kwaliteit.” De BijmestMonitor laat precies zien hoeveel stikstof er in de bodem zit. Dat is een belangrijke indicatie. Máár de bodem heeft een geschiedenis en dat moet niet genegeerd worden vindt Veen. “Factoren zoals weersomstandigheden, bodemtype en (dierlijke) bemesting in het verleden, beïnvloeden allemaal hoe de bodem reageert op bemesting. De interpretatie van deze factoren bepaalt uiteindelijk of het advies van de Bijmestmonitor wordt overgenomen, bijgesteld of zelfs terzijde gelegd.”
De BijmestMonitor gebruik ik altijd in combinatie met kennis die
ik heb over het perceel. Het is eigenlijk boerenverstand 2.0.”
Telers die op basis van deze werkwijze hun teeltproces inrichten zijn in staat om heel specifiek te bemesten en zij hoeven doorgaans een stuk minder stikstof op het land te brengen, dat is een conclusie die Veen op basis van drie jaar onderzoek met studiegroepen duidelijk kan stellen. “Dit komt omdat zij begrijpen wat hun perceel op een specifiek moment daadwerkelijk vraagt en nodig heeft. Daardoor hoeft er minder of geen kunstmest gebruikt te worden, of hoeft er minder te worden ingekocht op het moment dat het nodig wordt geacht. Het wordt maatwerk, dat bespaart kosten én komt teelt en bodem ten goede. Via deze studiegroepen leren Aviko en de telers hoe we in de toekomst met strengere bemestingsnormen toch een mooi aardappelgewas kunnen telen.”
Samenwerking tussen generaties
Het spreekt voor zich dat Veen in zijn werk voor Aviko veel kennis opdoet die hij direct kan toepassen op het eigen akkerbouwbedrijf, waar zijn verantwoordelijkheid steeds groter wordt. Zijn vader vindt dat prima. “Pa is 67 jaar en werkt nog graag mee, maar hoeft zich niet meer te verdiepen in alle details, vraagstukken en regels, zoals doelsturing. Dat ligt meer op mijn bord,” zegt Veen. “Maar ik weet dat ik altijd bij hem terecht kan voor goed advies. Eigenlijk is er in die zin weinig veranderd. Toen hij het bedrijf overnam van zijn vader, moest hij ook keuzes maken voor de toekomst. En zo ging het bij zijn vader ook. Keuzes maken doen we al honderd jaar. Toen was het vooral op basis van gevoel. Nu is het op gevoel en data.”